*

 

Een slim kabinet kiest voor duurzaam

door Willem Schoonen − 24/01/07, 00:00

Duurzame ontwikkeling is het beste motto dat het nieuwe kabinet kan kiezen, gezien de groeiende aandacht voor klimaat- en energieproblemen in de publieke opinie.

Dat zeggen prof. Jan Rotmans en Marjan Minnesma. Zij leiden DRIFT, een kenniscentrum voor transities naar duurzaamheid, verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het klimaatprobleem is bepaald niet nieuw, zegt Rotmans: „Onderzoekers, ook in Nederland, hielden twintig jaar geleden ook al lezingen over klimaatveranderingen. Maar toen klapte niemand. Nu slaat ineens de vonk over, door heel verschillende factoren: extreme weersomstandigheden zoals de orkaan Katrina, de film van Al Gore, de politieke instabiliteit bij Europa’s grootste gasleverancier Rusland. Dat momentum is niet blijvend, dus je moet er nu gebruik van maken.”

Minnesma en Rotmans zijn er niet gerust op dat het kabinet dat ook zal doen. „Herman Wijffels begrijpt dit als geen ander. Hij zou de man zijn om die taak op zich te nemen. Van Balkenende zijn we minder zeker”, zegt Rotmans. Balkenende en Bos zijn rekenaars, zegt Minnesma, maar de verandering die nodig is strekt verder dan wat meer groene stroom en wat minder uitstoot van kooldioxide: „Duurzame ontwikkeling gaat niet alleen over energie en milieu, maar ook over de inrichting van ons land en de sociale verhoudingen.” Rotmans: „Het gaat om harmonie tussen mens, milieu en economie. Die driehoek staat nu bol van de spanning. En mensen verlangen visie, een leidraad, om daar uit te komen. Ik heb daar met Wijffels een keer over gesproken, maar die zei na twee minuten: hou maar op, ik weet precies wat je bedoelt.”

De Rotterdamse onderzoekers vrezen dat het kabinet zal kiezen voor de snelle oplossingen. Rotmans: „We maken steeds dezelfde fout: het vraagstuk van de mobiliteit brengen we terug tot het fileprobleem, en dat gaan we te lijf met rekeningrijden. Dat werkt niet, want je hebt de mobiliteit in de kern niet veranderd.” Minnesma: „Voor de overgang naar duurzaamheid moet je veel bestaande structuren slopen. Met mensen die die structuren hebben opgebouwd is dat heel moeilijk. Je stuit op gevestigde belangen, grote ondernemingen, overheden, bureaucratie. Je hebt die bestaande partijen nodig, maar de veranderingen moeten vooral komen van kleine koplopers.”

Volgens de nog jonge transitiewetenschap is het fout om vanaf de brug te roepen dat de steven gewend moet worden. Rotmans: „De overgang naar duurzaamheid, of het nu gaat om energie, vervoer, of de gezondheidszorg, kan niet in één stap. Daar moet je de tijd voor nemen. Je moet allerlei experimenten opzetten en leren welke daarvan duurzaam zijn.” Die benadering werd gevolgd in het energiebeleid, waarvoor tientallen transitiepaden werden uitgestippeld (zie kader).

Maar in de uitvoering gaat het toch vaak mis, zegt Rotmans: „Er worden grootse doelen geformuleerd, gekoppeld aan een bepaalde technologie, zoals kernenergie of CO2-opslag. Het idee dat juist een enorme variatie aan experimenten doorbraken oplevert is helaas weg. We moeten onze zegeningen tellen: er is veel meer aandacht voor duurzaamheid dan tien jaar geleden. Maar we brengen in Nederland alles terug tot technische problemen. Het grote verhaal zijn we kwijt.”

mailIcon print |