We hebben allemaal een H & M-shirt, Zara-blousje of Vero Moda-rokje in de kast hangen. En we hebben allemaal wel eens een blik geworpen op dat label waarop staat ’made in China’ of Taiwan of India of welk ander willekeurig ontwikkelingsland. Ongemakkelijke gedachtes zoals ’daar hebben vast kinderhandjes aan gezeten’ die ons dan bekruipen, schudden we snel van ons af. Of we knippen het label eruit om helemaal nooit meer geconfronteerd te worden met de laagbetaalde arbeiders die in slecht geventileerde fabrieken en onder hoge tijdsdruk ons betaalbare namaakdesign hebben vervaardigd.
Raar, vinden Jitske Lundgren (26) en Saskia Boekraad (39). De twee modeontwerpsters vinden dat wij in het westen geconfronteerd moeten worden met de mensen die onze kleding maken Daarom besloten zij de Nepalese kleermakers achter hun kledingmerk Jux – spreek uit: joeks, wat in het Duits lol betekent – juist een gezicht te geven.
„In elk van onze kledingstukken zit een nummer dat correspondeert met de kleermaker die aan dat kledingstuk gewerkt heeft”, vertelt ontwerpster Boekraad. Op de website van Jux is binnenkort een foto en een biografietje te zien van de kleermakers. Boekraad: „Zo willen we de consument bewuster maken van het feit dat er echte mensenhanden aan hun kleren gewerkt hebben. Geen machines, maar individuen die vaak heel trots zijn op wat ze gemaakt hebben. Dat verdient erkenning.”
Jux, een ingetogen kledingmerk met eenvoudige, maar bijzondere lijnen en veel grijzige pastels, is wat je tegenwoordig ’eerlijke kleding’ noemt. Dat wil zeggen dat het op mens- en/of milieuvriendelijke wijze is gemaakt. Een groot deel van de collectie van Jux wordt gemaakt van hennep, bamboe en zelfs papier – erg revolutionair volgens de maaksters – en de arbeiders werken onder gunstige omstandigheden. Zo krijgen ze niet per kledingstuk betaald, zoals in grote fabrieken, maar hebben ze een vast salaris. Lundgren: „Dus hoeven ze niet twintig uur per dag te werken om genoeg te verdienen. Daarbij willen we het werk voor onze kleermakers interessant maken door ze een heel kledingstuk te laten maken. Niet erg economisch, maar des te leuker voor de arbeiders. In de meeste naaiateliers mogen ze maar één ding doen omdat dat tijd bespaart.”
Jitske Lundgren (26) en Saskia Boekraad (39) kennen elkaar van de kunstacademie in Utrecht. Beiden studeerden in 2002 af en gingen elk een andere richting op. Boekraad, die op latere leeftijd aan de kunstacademie begon, werkte al bij een groot confectiebedrijf voor dameskleding. Lundgren deed haar master mode en textielontwerp in Parijs en leerde de catwalk kennen als ontwerper voor Dirk Bikkembergs in Italië. „Dat was fantastisch. Ik heb daar enorm veel geleerd. Maar na een half jaar keihard onbetaald werken, moest ik toch weer geld gaan verdienen.”
Lundgren belandde daarna als hoofdontwerper bij sportketen Footlocker. „Een compleet andere wereld. Ik werd geconfronteerd met de keiharde commercie. Zat ik daar tot ’s avonds laat te onderhandelen met de fabriek in China over een nóg lagere prijs voor een bestelling van 500.000 T-shirts.” Die wereld begon haar steeds meer tegen te staan. Na het zien van de documentaire China Blue over de erbarmelijke omstandigheden van Chinese arbeiders in een spijkerbroekenfabriek wist Lundgren het zeker: dit wil ik nooit meer.
Tijdens haar studie in Parijs had zij de Fransman Clement Kirsch leren kennen, die later een naaitatelier genaamd PAX in de Nepalese hoofdstad Kathmandu had opgezet. Dat atelier had als doelstelling de kleermakers een fatsoenlijk bestaan te bieden. „Jij wordt mijn eerste klant”, had Kirsch tegen Lundgren, die net bezig was haar eigen kledinglijn te ontwerpen, gezegd. Zij trommelde oud-klasgenoot Boekraad op. Samen brachten ze een bezoek aan Kathmandu en waren direct verkocht. Nu hangen hun creaties met behulp van de Nepalese kleermakers al enige tijd in de Chill Out-afdeling van de Bijenkorf en presenteerden zij deze week in het kader van de Amsterdam International fashion week hun tweede collectie.
Fair trade: hoe mooi het ook klinkt, het is nog een grijs gebied, geven Boekraad en Lundgren toe. Ze zetten dan ook hun vraagtekens bij alle ’eerlijke merken’ die overal opduiken. Boekraad: „Het is modieus geworden om je kleding fair trade te noemen. Iedereen kan beweren dat zijn product eerlijk is. Maar wie controleert dat? Er is wel een fair trade-keurmerkinstantie in Nederland. Die heet Made By en doet heel goed werk. Maar die organisatie is nog niet heel groot. Het staat allemaal nog in de kinderschoenen.”
Maar ook Boekraad en Lundgren kozen voor eerlijke kleding. Waarom hebben zij hun ontwerpen niet gewoon in het Westen laten maken? „Dat zou zowel voor de klant als voor ons onbetaalbaar worden”, zegt Lundgren. Alleen een sample-collectie maken zou al 20.000 euro gaan kosten. Niet te doen.” En Jux-kleding is al niet goedkoop. Een shirt kost gemiddeld 60 euro, een spijkerjurkje van hennep 180 euro en een Jux-jas rond de 400 euro. Boekraad: „Dat klinkt duur, maar dat is wat kleding kost als je het op een fatsoenlijke manier doet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.