*

 

Zorg allochtone kinderen schiet tekort

door Nicole Lucas − 24/01/07, 00:00

Allochtone kinderen krijgen minder goede medische zorg dan hun autochtone leeftijdsgenootjes. Dat concludeert Nathalie Urbanus-Van Laar in haar proefschrift.

„Er bestond het gevoel dat het niet altijd goed gaat met de medische zorg voor allochtone kinderen, maar er waren amper harde gegevens,” zegt medisch informatiedeskundige Urbanus. Daarom begon ze in 2000 onderzoek dat duidelijk moest maken in hoeverre de vermoedens klopten. Urbanus: „Ik wilde zicht krijgen op de hele sector, dus zowel de jeugdgezondheidszorg, als de huisartsen en de specialisten.” Het onderzoek richtte zich bovendien op de verschillende fasen van de zorg: wordt een aandoening bijtijds ontdekt en volgt er dan snelle en adequate behandeling.

Aan de hand van al beschikbare data over de behandeling van een lui oog, astma en diabetes bij jongeren kreeg Urbanus (31) een beeld van wat er gaande is. En dat stemde niet vrolijk. „In het algemeen lijkt het dat de zorg voor kinderen voor verbetering vatbaar is, zeker voor niet-westerse allochtonen.”

Neem een lui oog, een vrij vaak voorkomende aandoening die simpel (met een oogpleister) te behandelen is. Het is meestal een consultatiebureau-arts die constateert dat een kind wellicht last heeft van amblyopie, waarna via de huisarts een verwijzing naar oogarts of orthoptist volgt. Althans in theorie. Maar bijna de helft van de kinderen bereikte die specialist nooit en van de Turkse en Marokkaanse kinderen waren dat er nog veel minder.

Ook de behandeling van astma (een chronische aandoening die meestal door de huisarts wordt behandeld) liet te wensen over. „Er zijn duidelijke richtlijnen, maar een flink aantal kinderen lijkt toch te lichte of juist te zware medicatie te krijgen.” Ook hier bleken Turkse en Marokkaanse kinderen echter weer het slechtste af. Diabetes tenslotte, werd bij niet-westerse allochtonen vaak aanmerkelijk later vastgesteld dan bij hun autochtone lotgenoten. „Dan hebben die kinderen dus al een veel slechtere gezondheid.”

Precieze verklaringen voor deze verschillen heeft Urbanus niet. „Er is dringend meer onderzoek nodig.” Maar voor veel gehoorde beweringen als ’allochtonen zijn slordig met medicijnen’ en ’allochtonen leggen verwijzingen bewust naast zich neer’ vond ze geen bevestiging. „Uit een aantal interviews die ik heb gehouden blijkt dat mensen zich vaak niet bewust zijn dat ze een verwijzing krijgen.” Dat betekent, zoveel is wel duidelijk, dat er aan de communicatie tussen medici en ouders het nodige schort. „En dan gaat het niet alleen om taal.” Allochtone patiĆ«nten uiten hun klachten vaak anders, over en weer zijn er (bewust en onbewust) vooroordelen. „Soms zie je wel dat een arts in de gaten heeft dat een boodschap niet overkomt”, aldus Urbanus die ook in de spreekkamer meekeek, „maar dan weet hij niet veel anders te doen dan harder en langzamer te gaan praten.”

Meer aandacht in de opleiding van artsen voor het omgaan van patiĆ«nten uit verschillende culturen is daarom sowieso dringend nodig, aldus Urbanus, inmiddels als opleider verbonden aan de Netherlands School of Public and Occupational Health. „Alle kinderen hebben recht op goede zorg.”

mailIcon print |