*

 

Christelijke politiek?

Sylvain Ephimenco − 08/02/07, 00:00

Hoe meer ik Alexander Pechtold als een opgewarmde vuurvlieg in een spaarlamp hoor zoemen, hoe meer ik van de nieuwe coalitie ga houden. Dit is misschien wel de tragiek van de man die als ultieme curator in een failliete partij mocht optreden. Alles wat hij met modder tracht te besmeuren verandert ogenblikkelijk in goud. Gedreven door een opmerkelijke drang tot profilering kan Pechtold met zijn theatrale overdrijving werkelijk geen maat houden. Het verbazingwekkende is dat de aanvoerder van een piepkleine fractie die onder zijn leiding naar een historisch electoraal dieptepunt is getuimeld, niet van het scherm is weg te slaan. Nederlandse media zijn dol op structurele losers. Sinds een paar dagen probeert de ongekroonde clown van het vorige kabinet ons angst in te praten. Volgens hem zijn de contouren van het nog te vormen kabinet zo door en door christelijk, in de reactionaire zin des woords, dat er voor de moderne maatschappij gevreesd moet worden. Althans voor de samenleving die hij en zijn maatjes hebben helpen opbouwen sinds het gezegende jaar 1966. Na aanvankelijk te hebben geaarzeld, ben ik daarentegen zeer gerustgesteld wat betreft de inbreng van de ChristenUnie in de nieuwe regering. Deze kleine partij, toch nog twee keer zo groot als D66, heeft kennelijk zijn orthodoxie aan de kapstok gehangen om vooral zijn sociale gezicht aan den volke te tonen. Nee de klok wordt niet teruggedraaid: Pechtold mag op zondag onbeperkt blijven funshoppen en als hij zijn laatste uur ietsje wil vervroegen, zal hem zoals gewenst een fles champagne met pil worden bezorgd. Maar om nu onsamenhangend te gaan gesticuleren omdat bij abortus een extra bedenktijd van vijf dagen wordt ingevoerd, is nogal curieus. Dit is dus alles wat Pechtold uit het regeerakkoord heeft kunnen vissen om het spook van de decadente ’christelijke politiek’ te kunnen oppompen. Niet veel dus. En als de verontwaardigde Pechtold blijft hameren op het feit dat de overheid zich niet in de beslissing van de vrouw moet mengen, dan moet de ultieme termijn waarop een abortus mag worden uitgevoerd ook op de helling. Uit het akkoord blijkt, anders dat men kon vrezen, dat de ChristenUnie zich bescheiden en realistisch heeft opgesteld. Merkwaardig toch dat er nog genoeg verlichte geesten over zijn die ons blijven waarschuwen voor de terugkeer van de relifundi’s van christelijke signatuur. Opvallend genoeg zijn het vaak dezelfde figuren die iedere vorm van kritiek op de politieke of fundamentalistische islam als islamofobie afdoen. Zij die met emancipatoir elan fulmineren over die ’christelijke’ vijf dagen, hebben geen enkele moeite met vrouwen die in ambulante tenten worden opgesloten, mannen geen hand durven of mogen geven, of de seculiere rechtbank met hun hoofddoek willen opfleuren. Voor hen is christelijk altijd eng en dominant, terwijl de islam exotisch en zielig blijft. En als ze een gemankeerde politicus toch nog ’briljant’ vinden dan is het meestal niet Rouvoet maar altijd Abou Jahjah.

mailIcon print |