Broadcast Magazine, hét vakblad over de omroepwereld, zou het in de kiosk waarschijnlijk niet slecht doen.
Het lijdt geen twijfel: wie wil weten wat er speelt in de Nederlandse omroep- en tv-wereld leze Broadcast Magazine. Buiten Hilversum is het een vrijwel onbekend blad (het is ook niet in de kiosk te krijgen, zoals vrijwel alle vakbladen overigens), daarbinnen heeft het blad aanzien en wordt het alom erkend als een bijzonder lezenswaardige bron voor informatie over dat merkwaardige omroepwereldje.
De intrede van de zoveelste commerciële zender in de Nederlandse tv-wereld, de heftig bestreden en inmiddels via het regeerakkoord in de prullenbak gesmeten omroepplannen van gesneefd staatssecretaris Van der Laan, de vernieuwde samenstelling van de raad van toezicht van de publieke omroep (dé stille revolutie waardoor de omroepvoorzitters hun macht voor een zeer belangrijk deel zijn kwijtgeraakt aan de raad van bestuur van de publieke omroep), de nieuwe programmering van de drie publieke netten die ondanks felle protesten van omroepzijde afgelopen september werd ingevoerd, de voortdurende strijd tussen de omroepen en de raad van bestuur van de publieke omroep, de in een stroomversnelling geraakte digitalisering van het tv-aanbod. Kortom: geen slechte tijd voor een blad dat verslag doet van het Hilversumse.
Het eerste nummer van Broadcast Magazine verscheen in 1989, vorige week werd – ingeluid door een feestje, uiteraard – het 250ste nummer gepubliceerd.
Het tijdschrift maakt onderdeel uit van Broadcast Press (BP), een club die op velerlei Hilversumse fronten actief is. BP brengt meer vakbladen uit, organiseert cursussen, congressen (met als het hoogtepunt het jaarlijkse Nationaal Omroepcongres) en brengt maandelijks de zogeheten Broadcast Business Club bijeen, een netwerkclub voor de omroepindustrie en het bedrijfsleven. Daarnaast heeft de organisatie een reeksje omroepprijzen in het leven geroepen: de Marconi Award (voor de beste radio), het Gouden Beeld (vakprijzen voor de hoogst gewaardeerde Nederlandse televisieproducten en -personen) en de Omroepman of -vrouw van het jaar (onlangs gewonnen door Paul de Leeuw). Die laatste prijs is een van de belangrijkste in de Nederlandse omroepwereld.
Nu zijn vakbladen doorgaans voor de leek niet om door te komen. De niet ingewijde lezer raakt al gauw verstrikt in taai en amper te doorgronden jargon. Zo gek is dat overigens niet, het zijn tenslotte geen publieksbladen.
Broadcast Magazine is ook geen publieksblad, maar laat zich desalniettemin ook door de leek doorgaans goed lezen. Het feit dat veel van de Hilversumse mediamensen publieke figuren zijn, speelt daarin ongetwijfeld een rol. Want zodoende roept het blad herkenning op en wekt het nieuwsgierigheid. Het is fraai vormgegeven, heeft goede columnisten, aansprekende interviews en portretten en is vooral erg prettig geschreven. Niet teveel vaktaal en een journalistieke aanpak.
Het zou het in de kiosk misschien niet eens zo slecht doen.
„Je kunt de aanloopproblemen van Talpa vergelijken met die van Véronique. Ik heb het voorspeld: de eerste week zijn de kijkcijfers goed, de mensen zijn nieuwsgierig, maar daarna zakken ze als een plumpudding in, omdat de kijkers terugvallen in hun oude patroon. Alleen, er is één belangrijk verschil: Véronique heeft het gered en Talpa is gedoemd te mislukken. Aan het station kleeft te veel de geur van geld en de geur van verkwanseling van het nationale erfgoed. Daarmee bedoel ik het eredivisievoetbal, hoe mooi ook in beeld gebracht. Met alle respect voor John, het is een tv-station zonder ziel. Alle commerciële zenders in Nederland hebben een gezicht: SBS6 voor de camping, Net5 voor de kwaliteit, Talpa is een verzameling goede, maar vooral ook erg veel slechte programma’s die zielloos aan elkaar zijn geplakt. (...) Het station heeft geen eigen doelgroep. Het is de zoveelste generalistische zender. John moet, wil Tien overleven, ervoor zorgen dat die geldsmaak verdwijnt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.