*

 

Probleem is natuurlijk dat Vaticaanstad geen competitie van enige omvang heeft.

Rob Schouten − 30/01/07, 00:00

Ik weet niet of er een verband bestaat tussen het gemor van de Zwitserse Garde, afgelopen Oudjaar, omdat hun flessen wijn werden afgenomen, en het plan van Vaticaanstad om een eigen voetbalclub op te richten: Inter Vaticano of iets dergelijks. Hoe het ook zij, in beide berichten klonk een lichte secularisatie door. Toch is het niet uit de Zwitserse garde dat kardinaal Tarcisio Bertone, Vaticaans minister van buitenlandse zaken, die het plan voor een Vaticaans elftal heeft bedacht, voetballers denkt te recruteren, maar uit de talloze seminaristen van pauselijke universiteiten wereldwijd.

Hij denkt natuurlijk speciaal aan de Braziliaanse talentjes, maar ook in Italië zelf, zo heeft hij met wonderbaarlijke ijver berekend, speelden tijdens het WK van 1990 liefst tweeënveertig spelers afkomstig uit jeugdtehuizen en onderwijsinstellingen van de Salesianen (Sint Fransicus van Sales was bij mijn weten trouwens geen bijzonder sportief mens, eerder een denker in de trant van Montaigne).

Probleem bij dit plan is natuurlijk dat Vaticaanstad geen competitie van enige omvang heeft. Naar het schijnt voetballen de kosters er wel eens tegen de bibliothecarissen, maar daar breek je internationaal geen potten mee. En dat de paus een dezer dagen van een internationaal priesterelftal een clubshirt met de naam Benedetto en rugnummer XVI in ontvangst nam, betekent ook niet dat de aftrap al is verricht.

Een belangrijke vraag is natuurlijk: waar is het Vaticaanse stadion? Of wordt er een gedeelte van het Sint Pietersplein voor ontruimd? Tribunes hebben ze vast wel ergens over van het Urbi et Orbi, maar gras heb ik er nooit gezien. Misschien mogen de Vaticaanse voetballers in spe, net als het dwergstaatje San Marino, genadiglijk meedoen in een Italiaanse divisie, maar dan blijven er andere problemen. Wat bijvoorbeeld moet de kleur van het nieuwe elftal worden? Persoonlijk gaan mijn gedachten uit naar geel, immers de pauselijke kleur, of wordt dat allicht als blasfemisch ervaren? Priesterlijke voetballers zijn per slot van rekening nog geen pausen.

Een ander punt van overweging is de vraag of priesters eigenlijk wel sportkleding mogen dragen. Ja, zegt Michel van der Plas in ’Uit het rijke Roomsche leven’, maar dat moet dan wel onder een toog. Dat wordt nog wat: al dat zwarte gefladder over het veld. Eén ding zal de Uefa geruststellen: bij een doelpunt zal het shirt niet gauw uitgetrokken worden.

mailIcon print |