Alles in Europa bij het oude laten, zoals de SP wil, is een slecht idee. Wie een beter Europa wil, moet zich juist actief inzetten voor een nieuw verdrag.
Wat wil de SP met Europa? Die vraag dringt zich op na lezing van de bijdrage van Harry van Bommel in Trouw van afgelopen zaterdag. Het is duidelijk wat hij níet wil: dat we de Europese Grondwet weer uit de kast halen. Daar zijn wij het snel over eens: een voorstel dat door een meerderheid van de Nederlanders is verworpen, blijft verworpen. Nagenoeg niemand pleit voor het alsnog invoeren van die Grondwet.
Maar als de rest van Europa ons vraagt ’wat dan wel’, moet je niet om een antwoord verlegen zitten. Het enige antwoord van de SP luidt: ’een samenwerkingsverband van soevereine naties die werken aan een democratischer, socialer, groener en veiliger Europa’. Klinkt mooi, maar wat betekent het en wat moet je doen om het te bereiken?
Naar het oordeel van de SP kunnen we de boel laten zoals ie is en hoeven de bestaande verdragen niet te worden aangepast. Maar de bestaande EU is al veel meer dan een ’samenwerkingsverband van soevereine staten’, aangezien die staten al sinds vele decennia op deelgebieden soevereiniteit poolen in de EU.
In tegenstelling tot wat Van Bommel beweert, heeft de EU wel degelijk behoefte aan nieuwe spelregels en antwoorden op nieuwe uitdagingen. De EU bestaat vandaag uit 27 lidstaten, maar moet trachten met spelregels te werken die ooit voor zes landen bedoeld waren en in de loop der jaren onvoldoende zijn aangepast aan de opeenvolgende uitbreidingen.
Daardoor heeft de EU een logge en ondoorzichtige overheid. Daardoor presteert de EU niet en voelen burgers zich steeds minder door haar vertegenwoordigd. Het is logisch en terecht dat er veel kritiek is op het huidige Europa. De ironie is echter dat door alles bij het oude te laten de kritiek niet wordt beantwoord en de onvrede blijft bestaan.
Er moeten volgens de PvdA wel degelijk nieuwe spelregels voor de EU worden opgesteld. Die gaan over hoe de EU tot besluiten komt; hoe de machtsverhoudingen liggen tussen lidstaten onderling en tussen de nationale en de Europese overheden; welke onderwerpen door de EU en welke door de lidstaten zelf worden behandeld; welke invloed burgers hier rechtstreeks en via het stemrecht op hebben.
Ook moet het mogelijk worden beleid dat over de houdbaarheidsdatum is af te bouwen en nieuw beleid in gang te zetten, maar alleen op gebieden waar de slagkracht van individuele lidstaten onvoldoende is om de door de burgers gewenste resultaten te boeken. Of het nu gaat om klimaatverandering, duurzame energie, internationale (on)veiligheid of grensoverschrijdende criminaliteit: op al deze gebieden is de nationale schaal simpelweg te klein om verbeteringen af te dwingen. Alleen de Europese schaal is groot genoeg om iets wezenlijks tot stand te brengen. Maar als optreden op Europese schaal afhankelijk wordt gemaakt van de instemming op alle punten van alle landen voordat er ook maar iets kan gebeuren, zal er altijd wel één van de 27 landen op de rem trappen en zal er weinig tot niets van de grond komen.
Op een aantal nieuwe gebieden zullen de lidstaten hun soevereiniteit dus Europees moeten poolen. Het vertrouwen bij de bevolking dat dit goed gaat, is zeer laag omdat Europa de laatste jaren nauwelijks aansprekende prestaties heeft geleverd en omdat er in heel Europa gevreesd wordt dat méér Europa leidt tot uitholling van wat men nationaal belangrijk vindt en wil koesteren.
Globalisering heeft mensen onzeker gemaakt. Liberalisering en privatisering hebben dat verder aangewakkerd. Nationale politici maken zich er graag vanaf met de kreet ’het moet van Europa’, ook al dragen zij zelf de verantwoordelijkheid. Daarom wordt vaak alles wat misgaat op Europa’s conto geschreven.
Een nieuw verdrag moet dit probleem aanpakken. Dat kan langs twee wegen. In de eerste plaats door duidelijk te maken dat hetgeen nationaal wordt gekoesterd, zoals het unieke Nederlandse volkshuisvestingsbeleid of verworvenheden als het homohuwelijk en wetgeving op medisch-etisch vlak, niet door Europa kan worden aangetast of uitgehold.
In de tweede plaats door veranderingen aan te brengen die ertoe leiden dat burgers niet alleen het gevoel krijgen dat de Europese overheid ook hun overheid is, maar die die burgers ook instrumenten in handen geven om op nationaal en Europees vlak die overheid te kunnen sturen. Daarvoor is het nodig de positie van de nationale volksvertegenwoordiging te versterken, naast het invoeren van directe Europese democratie, zoals het burgerinitiatief en een Europabreed referendum.
Wie een democratischer, socialer, groener en veiliger Europa wil, moet dus niet, zoals de SP, bij de pakken gaan neerzitten. Wie deze ambitie koestert, zet zich in voor een nieuw verdrag dat de Europese overheid toerust om nieuwe uitdagingen aan te kunnen
Nagenoeg alle EU-landen zien de noodzaak in van een nieuw verdrag en het is niet uitgesloten dat er binnen anderhalf jaar al over kan worden besloten. Nederland moet zich actief inzetten in deze discussie, niet door als enige te roepen dat alles wel bij het oude kan blijven, maar juist door concreet aan te geven hoe een nieuw verdrag er volgens ons uit zou moeten zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.