*

 

Ziekenhuis mist richtlijn voor zorg aan suïcidalen

door Wilfried van der Bles − 02/02/07, 00:00

Veel ziekenhuizen hebben geen systematische aanpak voor de opvang van patiënten die een suïcidepoging hebben ondernomen. Meestal zijn er geen richtlijnen en waar ze wel zijn, zijn ze onder de maat.

Dat zegt Bas Verwey, sinds 1984 als psychiater verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Gisteren promoveerde hij in Leiden op het proefschrift met de titel ’Don’t forget’, een verwijzing naar de noodzaak van een richtlijn – een geheugensteun voor hulpverleners zowel landelijk als per ziekenhuis – voor de opvang en nazorg van mensen die een zelfmoordpoging hebben gedaan. Verwey: „Het gaat om patiënten die een speciale benadering vereisen. Internationaal is er wel een richtlijn, maar landelijk niet. Slechts dertig procent van de ziekenhuizen heeft een richtlijn. Daarvan is 59 procent kwalitatief onder de maat, 37 procent kan er min of meer mee door. Slechts één richtlijn ziet er echt prima uit.”

„Natuurlijk zegt een richtlijn niet alles. Het kan best zijn dat een ziekenhuis het ook zonder heel goed doet. Maar een checklist van waar allemaal op moet worden gelet, maakt de kans wel groter dat goede zorg wordt verleend. Een ziekenhuis vormt een hectische omgeving. Het bed moet zo snel mogelijk weer vrij. De druk is hoog. Een richtlijn kan dan helpen om de opvang in goede banen te leiden, zodat er niets wordt vergeten. Bedenk dat het in principe om lichamelijk gezonde mensen gaat die met hun suïcidepoging hebben aangegeven dood te willen. In die zin zijn ze heel anders dan de andere patiënten. Die zijn in het ziekenhuis opgenomen om te genezen. Een zelfmoordpoging wekt grote emoties op: medeleven, maar ook afwijzing en woede. Daar is niemand vrij van, ook hulpverleners niet.”

„Bepaalde zaken moeten hulpverleners zich goed realiseren. Patiënten die kalmeringsmiddelen of slaappillen hebben gebruikt, lijden aan tijdelijk geheugenverlies. Voer je een eerste gesprek met zo’n patiënt, dan moet je weten dat de kans groot is dat hij zich daar de volgende dag helemaal niets van herinnert. Dat geldt ook voor afspraken die zijn gemaakt.”

„Ook kan de toestand van de patiënt nogal veranderen zodra hij weer thuis is. Daar piekert hij meer en lijdt hij aan een lagere zelfwaardering dan hij eerder tijdens het onderzoek in het ziekenhuis aangaf. Piekeren en een lage zelfwaardering zijn belangrijke indicatoren voor een herhaalde zelfmoordpoging. Een kwart van de patiënten doet niet zo lang na de eerste keer nog een poging. In de loop der jaren loopt dat op tot veertig procent.”

Je moet de patiënten op de huid blijven zitten, vindt Verwey: „Wij hebben een afspraak gemaakt met een psychiatrische instelling. Onze patiënten kunnen daar binnen vijf dagen terecht. Maar toch komt een deel niet opdagen. Ik vind gedwongen opname in sommige gevallen een uitkomst. Je kunt toch niet blijven roepen: eigen verantwoordelijkheid? Ik ben voor een actief beleid. Wat goed helpt is thuisbezoek door een verpleegkundige gedurende het eerste jaar. In Australië hebben ze een experiment gedaan. Daar kregen patiënten in het eerste jaar op gezette tijden een kaartje toegestuurd: wilt u ons laten weten hoe het met u gaat? Ongeacht de reactie van de patiënt bleek het aantal herhalingen af te nemen.”

mailIcon print |