Eindhoven en omgeving is de krachtigste kennisregio van Nederland. Maar op de Europese ranglijsten is ook Eindhoven dalende. Dat komt onder meer door een gebrek aan technisch-wetenschappelijk personeel, concludeerden economen van ABN Amro deze week. Zij haalden hard uit naar de overheid, die het buitenlandse kenniswerkers bepaald niet gemakkelijk maakt in Nederland aan de slag te gaan.
De onderzoekers van ABN Amro staan daarin niet alleen; ondernemingen, universiteiten en wetenschappelijke organisaties hebben vele malen geklaagd dat zij niet aan de mensen kunnen komen die ze nodig hebben. Zelfs het Innovatieplatform van premier Balkenende erkende het probleem. Toch was het diens eerste kabinet dat een rem zette op immigratie. Zonder aanzien des persoons; het werd voor iedereen moeilijk binnen te komen, ook voor de hooggeschoolde kennismigrant.
Dat Nederland zich daarmee uit de markt prijsde voor technisch-wetenschappelijk personeel, was al heel snel duidelijk. Maar slechts schoorvoetend worden sindsdien pogingen gedaan om de drempels voor kenniswerkers weer wat te verlagen. Er ligt nu een kabinetsplan voor een ’modern migratiebeleid’. Het kabinet zegt daarin de komst van kennismigranten te willen aanmoedigen. Maar het zal van de uitwerking afhangen of dat ook gebeurt.
Uit de Haagse hoofden is het idee nog niet verdwenen dat immigratie een slechte zaak is, die moet worden geremd. Dat de nood aan technisch-wetenschappelijk personeel inmiddels zo hoog is, dat Nederland ze met alle mogelijke middelen zou moeten lokken, dringt nog niet door.
Het gaat niet alleen om die kenniswerkers, maar ook om studenten. In internationale vergelijkingen scoren de Nederlandse universiteiten goed, maar toch trekt Nederland bijzonder weinig studenten uit het buitenland. Belgiƫ bijvoorbeeld telt tweemaal zoveel buitenlandse studenten.
Hoogtechnologische bedrijvigheid biedt dezelfde trieste aanblik: Nederland heeft een paar kampioenen in onderzoek en ontwikkeling, maar haalt nauwelijks buitenlandse R & D-investeringen binnen. Van al het onderzoek dat hier door de industrie wordt gefinancierd, komt zo'n 20 procent voor rekening van buitenlandse ondernemingen. In een land als Groot-Brittanniƫ is dat bijna de helft, en in het herboren Ierland zelfs 70 procent. Over een offshoring van onderzoek en ontwikkeling hoeft Nederland zich geen zorgen te maken, concludeerde de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid deze week in een rapport, maar wel over het geringe aantal buitenlandse bedrijven dat naar Nederland komt voor R & D.
Nederland is geen populaire bestemming, althans niet voor toppers. Kenniswerkers hebben niet het gevoel welkom te zijn. Nederland werft nauwelijks in het buitenland. En wie hier toch wil komen krijgt met een hinderlijke bureaucratie te maken. Die schade is al aangericht. Het zal voor het volgende kabinet niet meevallen die te herstellen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.