Toen Andy Roddick afgelopen vrijdag in Melbourne samen de baan opliep met Roger Federer om eens een lekker partijtje te gaan spelen, dacht de Amerikaan dat hij een kansje had te kunnen winnen.
Inmiddels weten de Amerikaan en ook wij beter. Inmiddels hebben, over de hele wereld, duizenden woorden van jubelende bewondering de Zwitser bereikt. Zelden zal er door een levend wezen zo perfect gespeeld zijn als door Federer die in een uur en 23 minuten klaar was met de jonge belhamel.
Federer is goed en weet dat. Hij is cool, helemaal naar Zwitserse maatstaven. Hij is bovendien van ouderwetse snit. Zo is van hem bekend dat hij geen voorstander is van Hawkeye, het ineens zo fel toegejuichte controlesysteem. Hij is wars van nieuwe tennismode en houdt het bij klassieke katoenen broeken. Hij heeft het niet op met het idee een coach-op-de-baan toe te staan en keert zich consequent tegen nieuwigheden binnen de tenniswereld. Federer is in dezen wel weer een echte Zwitser. Behoudend, stuurs, rechtlijnig soms en zuinig. Uhh, conservatief? Nou en of!
Zijn spel van de afgelopen twee jaar ging al steeds meer neigen naar perfectie, maar dat hij zo goed kon spelen als hij tegen Roddick deed, wist hijzelf niet. “Ik wil me dat ook graag blijven herinneren,” sprak hij na afloop en maakte er verder niet te veel woorden aan vuil.
Hoe kan iemand zo griezelig goed spelen? Hij heeft een aangeboren gevoel voor waar de bal komt, zijn oog-armcoördinatie is ongekend snel, zijn voetenwerk is griezelig goed voor een op het oog niet erg atletisch gebouwde man en hij blijkt zijn zenuwen op geweldige manier in bedwang te kunnen houden.
Tegen Roddick zag ik nog iets: hij transpireerde slechts gering, wat duidt op totale controle. Alles wat hij deed voltrok zich binnen zijn mogelijkheden; geestelijk en fysiek.
Federer denkt goed, handelt snel, is technisch sterk omdat hij het spelletje op een goede manier geleerd heeft en kneedt deze elementen samen tot een bal die inderdaad soms perfectie toont. En het enge is dat hij het zonder enige moeite blijkt te doen. Hij kreunt niet, stelt zich niet aan, heeft geen theater nodig in zijn wedstrijden, gaat goed gekleed en zorgt zelden voor een oponthoud in de vorm van protest.
Toen hij in Melbourne wel de hulp inriep van Hawkeye (de techniek waar hij dus geen voorstander van is) deed hij dat stoïcijns en zonder ophef. Het leek er zelfs op dat hij ook de techniek onder controle had.
Een van zijn beruchte voorgangers, John McEnroe, stond erom bekend haviksogen te hebben en vrijwel altijd calls van lijnrechters en umpires beter te zien. Federer heeft dat ook: hij ziet alles goed.
Hij lijkt dus nu de bijna-perfectie op de baan bereikt te hebben. Rest de vraag of hij, als hij morgen de finale wellicht weer wint, weer zo vol gaat schieten zoals hij verleden jaar deed tijdens zijn bedankspeech.
Toen toonde hij zijn prettige kwetsbaarheid. Hij snotterde en stamelde woorden door zijn tranen heen en gaf de wereld een inkijkje in zijn ware gevoelsleven. Dat was nadat hij tennis gespeeld had, want in die bezigheid lijkt hij alle elementen te kunnen controleren. Dat is griezelig knap.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.