*

 

Misschien stond er wel een engel aan mijn bed

door Koert van der Velde − 09/02/07, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Frits Groeneveld.

Wat hebt u meegemaakt?

„Eigenlijk had ik theologie willen studeren, maar mijn ouders vonden dat niet zo’n goed idee, mede omdat ik hevig stotterde. Ik zou toch nooit predikant kunnen worden. Jaren later ben ik het alsnog gaan doen, heel leuk, maar de twijfel bleef: straks ben je dominee, maar sta je daar met je spraakgebrek. Kan dat wel?

In de tijd dat ik naast mijn werk als journalist ook nog studeerde, kreeg ik een hartinfarct, en in het ziekenhuis kreeg ik er nog een overheen. Mijn laatste uurtje had geslagen, dacht ik. Ik zakte weg in een diepe ik-weet- niet-wat. Er waren allemaal vaatverruimers toegediend en mijn bewustzijn was vernauwd. Toen ik weer wakker werd, stond er iemand aan mijn bed. Het was niet de man met de zeis, zag ik, maar wie het wel was wist ik niet. Driemaal vroeg hij: komt er nog wat van? Ik begreep het niet meteen. Toen zei die vage persoon vriendelijk doch dringend: ’Je studeert toch theologie? Kan men nog op je rekenen?’ Ik heb ja gezegd, en weg was hij.”

Had u een engel ontmoet of had u een psycho-chemische hallucinatie?

„Zo geanalyseerd heb ik het niet. Natuurlijk heb ik me wel de psychologische vraag gesteld waarom iemand met een dergelijke handicap dominee wil worden. Tijdens een workshop waarin iedereen vertelde over wat hem dwars zat, begon ik natuurlijk over mijn gestotter en dat ik dit altijd als een onrechtvaardigheid had beschouwd – ik deed het al veertig jaar. De workshopleidster vroeg: ’Frits, geniet je van je handicap?’ Daarmee had ze iets in mij wakker gemaakt waardoor ik niet meer zo bang was om de preekstoel op te klimmen.

Maar bij die engel heb ik me nooit afgevraagd of die ervaring psychologische wortels zou hebben. In het begin heb ik er tegen iedereen mijn mond over gehouden, al zal ik de verpleegster wel hebben gevraagd of er iemand bij me was geweest. Maar na een tijdje dacht ik: waarom zou ik er eigenlijk over zwijgen? Vanaf toen heb ik aan anderen verteld wat een happening ik heb meegemaakt. Maar in engelen geloofde ik niet zo, en ik heb nooit gedacht: ik moet uitzoeken hoe dit zit. Natuurlijk had ik een zekere bewustzijnsvernauwing door al die troep die was ingespoten. Misschien was ik daardoor wat ontvankelijker. Maar er was echt iemand in die kamer. Nooit heb ik gedacht dat het misschien maar een hallucinatie was. En de laatste tijd denk ik zelfs wel eens: als ik me al iets bij een engel zou kunnen voorstellen, dat wijst het wel in de richting van die man aan mijn bed.”

Heeft de verschijning uw geloof veranderd?

„Het heeft mijn geloof intenser gemaakt. Al zeggen vrijzinnigen dat ze niet zoveel geloven, maar dat ze vragenderwijs zoeken, toch heb ik tegenwoordig over meer dingen zekerheid dan vroeger. Het goddelijke manifesteert zich niet zo vaak in je leven, en ik had het toen wel ervaren en dat werkt bemoedigend en stimulerend.

Ik heb ook andere ervaringen met ’God’ gehad. Zoals tijdens de eerste grote vredesdemonstratie in 1979 op het Museumplein in Amsterdam. Toen ik tussen die vele tienduizenden mensen stond, en het er volstrekt niet agressief was, alleen maar ontzettend aardig en vredig, kon ik iedereen als vriend ervaren, al zagen sommigen er heel anders uit dan ik met mijn burgermansuiterlijk. Als God ooit onder de mensen is, dan was hij hier, besefte ik me toen.

Zo waren er een aantal dingen en dingetjes die mij religieus hebben gevoed, en dat nog steeds doen, en waardoor ik mij religieus heb kunnen ontwikkelen. Zo ben ik de laatste paar jaar erg onder de indruk van het vooroorlogse werk van Dietrich Bonhoeffer, zoals zijn meditatie bij Psalm 62, over de ziel die zich stil tot God keert. Dat vind ik nu prachtig, terwijl het me jaren geleden maar weinig had gedaan. Tegenwoordig zie ik zelfs het voordeel van wat gestotter op de preekstoel. Het houdt de aandacht vast, verdomd, er valt bij mij nooit iemand in slaap.”

mailIcon print |