Het eerste telefoontje voor een afspraak bereikt hem op de golfbaan, het tweede in de speeltuin. Pim Rietbroek (65) leidt een ontspannen leven.
Dat is misschien maar goed ook voor de bondscoach van de handbalmannen. Want zijn zorgen over de afkalvende selectie nemen toe. Luchthartig neemt hij die niet op, wel nuchter. En hij blijft monter. „Ik ben 38 jaar gymleraar geweest. Vaak hoorde ik van leerlingen: ’Meneer, u bent altijd opgewekt’.”
Het lijkt geen zware baan, handbalbondscoach. „De nationale ploeg traint bijna nooit. We spelen vijftien interlands per jaar, in januari, juni en oktober. Dus heb ik als gepensioneerde veel tijd. Ik sta viermaal per week op de golfbaan.”
Maar nu even niet. Rietbroek zit in de voorbereiding op de play-off wedstrijden tegen Polen en dat gaat niet zo lekker. Dat de ene na de andere speler zich afmeldt maakt hem naar eigen zeggen ’nogal sceptisch’.
„Het voordeel van een ervaren trainer is dat hij met druk weet om te gaan. Ik ben 35 jaar trainer geweest, ben er niet financieel van afhankelijk. Je weet dat het niet altijd gaat zoals je zou willen. Daar moet je dan maar op inspelen. Ik ben praktisch-denkend.”
Handbal is een fysiek zware sport, met veel lichamelijk contact. „Dat wij daar nu onder lijden is een toevalssituatie, de Wet van Murphy. Vorige week sprak ik bij Volendam met Marco Beers. Hij was vol motivatie. Prompt blesseert hij zijn kuitspier. Weer een basisspeler minder.”
Slapeloze nachten heeft Rietbroek er niet van. „Die heb ik vóór een wedstrijd nooit gehad. Wel erna. Dan kun je je opgebouwde adrenaline niet kwijt. Eigenlijk zou je na een wedstrijd een potje moeten tennissen om je hartslag te temperen.”
Inmiddels is hij rustiger langs de lijn geworden: „Noem het de wijsheid der jaren. Mijn emoties uiten zich in het tonen van wedstrijdbeleving. Ik sta langs de lijn in direct contact met spelers, leef mee, geef aanwijzingen. Maar ik ben niet meer zo fel als voorheen. Dan ga ik dat ook niet spelen. Emoties kun je niet acteren; spelers voelen onmiddellijk dat je niet volgens je eigen karakter reageert.”
In zijn lange loopbaan heeft hij meer veranderingen waargenomen. „In 38 jaar bewegingsonderwijs heb ik een omslag in de vaardigheidsontwikkeling bij de jeugd gezien. Kinderen zijn steeds onhandiger geworden, of het nu om sport, boomklimmen of slootjespringen gaat. Ze doen weinig bewegingservaring op, als gevolg van de zit- en computercultuur. Kinderen moeten spelen of fietsen. Vroeger was geen enkele brugklasser geblesseerd, nu mogen er steevast drie of vier uit de klas niet meedoen met gym.”
Toenemende dikte van kinderen vindt hij ook zo’n zorgelijke ontwikkeling, net als het toegeven aan onlust- en vooral lustgevoelens. „Wie spanning wil, kan het kopen. Dan ga je bijvoorbeeld bungyjumpen, dat kost honderd dollar voor vijf seconden sensatie. Daar hoef je zelf niks voor te doen, alleen te betalen. We beklimmen geen bergen meer, maar laten ons erop afzetten door een helikopter. Die gemakshouding heeft gevolgen voor sportdeelname en uiteindelijk ook voor topsporters.”
Rietbroek zegt het niet, maar zijn conclusie spoort met zijn teleurgestelde toon als hij vertelt waarom Mark Bult zich heeft afgemeld. De speler verkast naar een club in Berlijn, moet verhuizen en vreest te weinig vakantiedagen over te houden. „Dat spelers naar het buitenland gaan als ze zich ten doel stellen op meer dan amateurniveau te handballen, is goed voor hen en voor de nationale ploeg”, is zijn ferme stelling. „Maar dan moeten die spelers natuurlijk wel beschikbaar zijn.” Zuchtend: „Ik kan het allemaal wel begrijpen, maar ik had anders gehoopt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.