*

 

In Brussel wagen zich amper 5000 mensen op de fiets

Frans Dijkstra − 31/01/07, 00:00

Honderd kilometer van de Nederlandse grens verwijderd en je bent al een zonderling als fietser in Brussel. Belgen houden wel van fietsen, tenminste, als het hard gaat, met racefietsen. Maar dat alledaagse fietsen, daar willen ze niet aan, zeker niet in de hoofdstad.

Het stadsbestuur zou wel anders willen, want de straten slibben dicht met auto’s. Met propaganda en fietsvergoedingen probeert de overheid de Brusselaar op de fiets te krijgen. „Zo’n 5000 mensen stappen al op de fiets om te gaan werken in Brussel”, zegt het stadsbestuur optimistisch.

Ook al zijn we met vijfduizend, je voelt je toch heel alleen. Zeker als je ook nog eens op z’n Nederlands uit fietsen gaat zonder lichtgevende helm, zonder alarmkleurige hesjes en banden, zonder kniebeschermers en zonder zijstokje met rood vlaggetje eraan dat automobilisten op afstand moet houden. Dan ben je echt een zelfmoordenaar, volgens de wijsheid van het volk.

Toch heeft de Brusselse fietser één groot voordeel. Hij is zo zeldzaam dat de automobilist die hem onverhoeds in beeld krijgt, zich bijna doodschrikt. Met een grote boog haalt die automobilist de fietser in, met een bezorgde blik opzij of de manoeuvre gaat lukken.

Dat is misschien de verklaring voor het officieel vastgestelde feit dat fietsers in Brussel minder vaak dood of zwaargewond op de weg liggen dan in het vlakke Vlaanderen, waar fietsen gewoner is. Volgens die cijfers maakt de Brusselse fietser wel tweeënhalf keer zoveel kans als zijn Vlaamse lotgenoot om zijn avontuur te beëindigen met lichte verwondingen.

De cijfers vertellen niet hoe het komt dat we zo makkelijk lichtgewond raken in Brussel. Zijn het de automobilisten die in Brussel gemiddeld 11 kilometer per uur halen? Of zijn het de wegen met hun gaten en richels, uitstekende putdeksels, ontbrekende kasseien en de goedbedoelde fietsstroken die plotseling in het niets eindigen.

Het stadsbestuur doet zijn best het veiliger te maken, maar weet amper waar te beginnen in de woestenij. Veel geld uitgeven voor vijfduizend waaghalzen is, hoe politiek correct ook, slecht voor de overlevingskans van de stadsbestuurder.

Goedkoper is de regels te veranderen ten gunste van de fietser. Zo mogen we tegenwoordig ook in eenrichtingsstraten beide kanten op fietsen. Daar is meestal geen ruimte voor, dus de automobilist maakt weer een goede kans op de schrik van zijn leven als een fietser hem frontaal nadert. Het passeren gaat dan gepaard met moeizaam gewurm en angstige blikken. Een lichte verwonding is daarbij niet uitgesloten.

mailIcon print |