*

 

’Rechters hadden Nomads apart moeten ondervragen’

Hélène Butijn − 23/06/07, 00:00

Vorige week werden twaalf Nomads vrijgesproken van moord op drie clubgenoten. Ben, zwager van de omgebrachte Paul de Vries, vindt dat de rechter hen apart had moeten ondervragen.

Wie samen met anderen een paar moorden pleegt, de lijken wegwerkt, alles goed schoonmaakt en vervolgens samen zwijgt, komt er in het Nederlandse rechtsysteem goed vanaf. Zo concludeert de familie van de doodgeschoten Paul de Vries na de laatste uitspraak in het proces van de Limburgse Hells Angels Nomads.

„Schieten en dan samen je smoel dichthouden. Dat is de vrijbrief die de Nederlandse wet nu geeft”, zegt Ben (49). „Een keihard gelag.” Hij kan niet bewijzen wie de drie Nomads heeft gedood, benadrukt hij. „En ik wil zeker geen schuldigen aanwijzen. Maar voor mij is wel duidelijk dat in dat clubhuis iets is gebeurd. En dat de Nomads die er die clubavond bij waren, er allemaal iets van afweten. Het is goed dat we dit rechtssysteem hebben. Maar als slachtoffer vind ik: ze hadden wél de onschuldigen met de schuldigen moeten opsluiten. Hadden die maar moeten praten.”

Zijn zus was de echtgenote van Paul de Vries, die begin 2004 ’president’ was van de Nomads. Samen met twee clubgenoten werd De Vries in februari dat jaar dood gevonden in de Limburgse Geleenbeek. De twaalf verdachten van deze moorden werden vorige week door het Gerechtshof Amsterdam vrijgesproken. Het OM had in hoger beroep twintig jaar cel geëist.

Vanaf het begin leek de zaak moeizaam, zegt zwager Ben achteraf. „Het OM verwijt ik niks. Die hebben steeds hun stinkende best gedaan. Er was gewoon te weinig bewijs.” In de dagen dat de drie mannen vermist waren, is de vergaderruimte in het clubhuis in Oirschot grondig gestript en zelfs opnieuw gestuct. Niet meer dan drie minuscule bloedspatjes konden experts daar ontdekken. Ook verder was er nauwelijks technisch bewijs. Verklaringen van getuigen waren te vaag en de verdachten zelf zwegen hardnekkig.

Aan dat laatste hadden de rechters meer aandacht mogen besteden, meent Ben. „Ik ben elke zittingsdag van de rechtbank geweest. Met mijn zus. Helemaal aan het begin waarschuwde een rechter de Nomads dat, als zij zouden blijven zwijgen, dat ook tegen hen kon worden gebruikt. Toen had ik goede hoop.”

De verdachten bleven stil, mogelijk vanwege groepsdiscipline en vrees voor represailles, stelt het Hof in haar laatste arrest. Ben: „Reken maar dat de onschuldigen bang zijn geweest om te praten. En ik ben er honderd procent van overtuigd dat er onschuldigen tussen zitten. Tijdens een van de zittingen ging Ouwe Jan praten, die kletst altijd makkelijk. Vier anderen draaiden zich om en keken hem aan. Hij hield meteen zijn smoel.”

„Als je elke dag met z’n veertienen in zo’n proces zit, ben je heel sterk. En middenin zo’n groep zeg je natuurlijk nooit dat je op het moment dat het escaleerde, net toevallig in het keukentje was. De rechters hadden ze één voor één langs moeten laten komen. En dan met een advocaat erbij desnoods dagenlang alle vragen voorleggen die nog openstaan. Bij elke verdachte apart: waarom is de splinternieuwe vergaderruimte afgebroken, waar was jij die avond, wat heb jij meegemaakt, waarom zijn ze vermoord? Het zou me niets verbazen als er dan toch een was gaan praten. Want in je eentje voor de rechter, dat maakt meer indruk dan zo’n politieverhoor. Inclusief advocaten zat er steeds zo’n dertig man tegenover de rechters. Dat is de grote fout: dat de Nomads als groep zijn aangesproken.”

mailIcon print |