*

 

Brieven

Door: redactie − 23/06/07, 00:00

Meestal vind ik de adviezen van Beatrijs Ritsema in haar rubriek ’Moderne manieren’ verstandig en bruikbaar. Maar haar advies aan de gelovige samenwoner, vorige week, heeft me nogal verbaasd. De briefschrijfster wil een feestje geven om te vieren dat ze gaat samenwonen. Haar drie vriendinnen komen niet omdat zij principiële bezwaren hebben tegen samenwonen. Maar ze geven aan dat het niet persoonlijk bedoeld is en willen graag een afspraak maken op een ander tijdstip.

Beatrijs noemt de opstelling van deze vriendinnen ’buitengewoon verachtelijk en niet christelijk’. Ze verdenkt hen van smetvrees voor de briefschrijfster en haar relatie en adviseert haar de vriendschap, die al tien jaar bestaat, maar snel te beëindigen.

Dit vind ik merkwaardig. Het klopt dat de meeste Nederlanders in 2007 weinig moeite hebben met samenwonen, maar zijn mensen die er anders over denken daarom verachtelijk en niet christelijk? Moeten we mensen met andere opvattingen dan wijzelf maar rigoureus uit onze vriendenkring verwijderen? Dan zou de omgang met mensen uit andere culturen en met andere levensbeschouwingen bij voorbaat uitgesloten zijn. Wat een armoe.

Blijkbaar denken de drie vriendinnen ruimer. Zij willen het contact wél in stand houden, ondanks het verschil in opvattingen. Zij zien zichzelf alleen niet gezellig dat feestje meevieren. Ik vind hun houding integer en oprecht. Het lijken me goede vriendinnen. Daarom hoop ik dat de briefschrijfster het advies van Beatrijs niet opvolgt.

Marijke Visser Amersfoort

Nederland is altijd een uitzondering in de wereld geweest, verzucht Rome's hoogste Nederlander en rechterhand van de paus mgr. Kasteel dinsdag in Trouw. Toen de reformatie kwam werden overal protestantse staatskerken gesticht, behalve in Nederland. Dat is echter een compliment! Want in Nederland is al in 1576 een einde gemaakt aan het ’recht’ van het staatshoofd om het geloof van zijn onderdanen te bepalen. Op verzoek van Willem van Oranje werd toen een pril recht op persoonlijke godsdienst- en gewetensvrijheid vastgelegd in de Unie van Delft, 24 april 1576, een grondwettelijk verdrag tussen de rebellerende provincies Holland en Zeeland. En dat recht werd in 1579 uitgebreid tot de zeven Verenigde Provincies, de Unie van Utrecht.

Gerrit van der Meij Den Haag

mailIcon print |