Het nieuwe kabinet moet snel met een standpunt komen over de verdere ontwikkeling van de Europese Unie, anders dreigt de mening van Nederland niet meer mee te tellen in Brussel.
Deze oproep doet de scheidende secretaris-generaal van het ministerie van economische zaken, Jan-Willem Oosterwijk, in zijn laatste traditionele nieuwjaarsartikel in het economenvakblad Economisch-Statistische Berichten.
„Een nieuw kabinet dient zijn huiswerk op tijd klaar te hebben, op straffe van marginalisering in het Brusselse debat”, schrijft Oosterwijk, die op 1 maart begint als voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit. Zijn aansporing kan worden gezien als een uiting van de onder Haagse topambtenaren levende bezorgdheid over de stilte die in politiek Den Haag is ingetreden na het Nederlandse ’nee’ tegen de Europese Grondwet, op 1 juni vorig jaar.
De laatste Kamerverkiezingen hebben daarin nauwelijks verandering gebracht, meent de ambtelijke top. „Alles wat je over de EU zegt, zou alleen maar stemmen kunnen kosten”, zo wordt in ambtelijke kring de houding van de politieke partijen verklaard.
De topambtenaren hopen dat de onderhandelaars van CDA, PvdA en ChristenUnie (Balkenende, Bos en Rouvoet) onder leiding van informateur Wijffels in het regeerakkoord een stevig verhaal over de toekomstige ontwikkelingen in de Europese Unie opnemen. Het formuleren van een heldere Nederlandse visie heeft enige haast. Komend voorjaar komt de toekomstige ontwikkeling van de EU weer aan de orde op een top.
In zijn nieuwjaarsartikel geeft Oosterwijk een voorzet. Hij bepleit een EU waarin veel meer met verschillende snelheden wordt gewerkt. Op enig moment kunnen langzamere lidstaten dan aanhaken bij een clubje landen dat eerder aan samenwerking op een bepaald terrein is begonnen. Als voorbeeld noemt hij de totstandkoming van een Noord-West-Europese energiemarkt. Maar ook zou een clubje lidstaten kunnen besluiten om een volledig vrije dienstenmarkt af te spreken. Volgens Oosterwijk moet worden voorkomen dat de traagste lidstaten het tempo dicteren van (economische) hervormingen.
Oosterwijk pleit verder voor een modernisering van de besluitvorming. Voorstellen daarvoor zijn met de verworpen Europese Grondwet gesneuveld. Hij vindt dat een nieuwe poging moet worden gedaan met als doel: meer besluiten bij meerderheid en minder mogelijkheden voor een veto van één lidstaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.