Culinair journalisten hebben het moeilijk op feestjes. ’Wat vind je van de wijn, wat vind je van het eten? Eet jij chips!’ Soms zegt iemand: ’Jij vindt alles lekker, zolang het biologisch is’, en die iemand bedoelt dat niet positief.
Zo’n opmerking knaagt aan mij. Ben ik bevooroordeeld? Toegegeven, het biologisch levensideaal heeft mijn sympathie, net als het Leger des Heils en de Anonieme Alcoholisten. Als we allemaal biologisch hadden geleefd zaten we niet met het broeikaseffect. Maar heeft die sympathie zich in mijn tong geworteld?
Er zit maar één ding op. Ik moet naar de natuurvoedingswinkel in de nabijgelegen provinciale hoofdstad, om chips op te pikken die gemaakt zijn van Chinese Fuji-appels. Heel speciale moeten dat zijn, van Fastfruit. Nu heb ik nog een doel: iets vinden wat niet lekker is.
De appelchips liggen in een kastje met noten en gedroogd fruit, gele scherven met een rood randje. Het zijn níet de chips van Fuji-appels, maar al halverwege de winkel blijken ze ook zoet, knapperig en zeer geurig te zijn.
Een rek verder staan de oliën. Daar trekken de exotischer varianten de aandacht: komijnolie, macadamia-olie, vetten die Oil & Vinegar nog niet heeft ontdekt. Iets lager prijkt tofunaise, mayonaise op basis van soja. Dat zou iets kunnen zijn. Dan volgt een plank vol passata, de gepureerde tomatensaus, van La Bio Idea. Ik heb thuis biodynamische van Demeter, gezaaid onder de beste maanstanden, en geoogst bij sterrenlicht. Zou je dat verschil kunnen proeven?
In de zuivelhoek ligt vegetarische paté van Grano Vita met de smaak van ’Oliven’. Dat klinkt interessant, een beetje variatie kan nooit kwaad. Daarom gaat er ook een potje rijststroop mee in de tas, dat tussen broertje ahorn en zusje melasse in het schap prijkt.
Zo is het wel mooi geweest, ik moet al rond het tientje afrekenen, want biologisch blijft wel duurder.
Thuis kruipen de kinderen rond de boodschappentas. Het halve zakje appelchips willen ze wel leegeten, en goedkeuren. De passata? Nee, dat is gezond, toch? Vader proeft wel, en proeft ook verschil – de biodynamische smaakt echt beter, frisser en zonder de indruk gekookt te zijn. De kinderen vermaken zich met de rijststroop. Heerlijk, heerlijk, roepen ze, en ik ben het helemaal met ze eens. Rijststroop is vloeibare boterbabbelaar.
Tot nu toe is mijn vooroordeel bevestigd, maar we zijn er nog niet. Het jongste Thijssentje zit inmiddels met zijn vinger in de tofunaise en trekt een wonderlijk gezicht. Wanneer het lepeltje is rond geweest kijken we allemaal zo. Wat moet je daarvan vinden? Het is zuur, het is stijf-vloeibaar, het is olieachtig en het is niet lekker, zoiets. Dan maar liever geen mayonaise.
Nu rest nog de paté, verpakt in een rood jasje als ouderwetse theeworst. De vulling heeft dezelfde dikte als theeworst, en bijna dezelfde kleur. Er is een verschil. Deze paté is niet te eten. Zuur, met een smaak die wel aan olijven doet denken, maar meer nog aan onbetamelijke zaken die ik hier niet zal noemen. Niet alle biologische waar is lekker.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.