Het slaan van de euro bekijken, en alles over geld te weten komen. Eind mei 2007 opent het nieuwe Geldmuseum zijn deuren in het monumentale gebouw van de Koninklijke Nederlandse Munt in Utrecht.
De steigers voor de buitenmuren zijn inmiddels verdwenen. Maar de wirwar aan bouwmaterialen, houten pallets en grote zandzakken voor de ingang doet vermoeden dat er nog met man en macht aan de renovatie wordt gewerkt. Die indruk wordt binnen bevestigd. Werklieden lopen de smalle trappen op en af, onder begeleiding van het geluid van kloppende hamers. De ruimtes en gangen ademen ondanks hun leegte de grandeur uit van een bolwerk dat een traditie kent in het slaan van Nederlandse munten.
Met een grootschalige verbouwing en restauratie wordt geprobeerd het oorspronkelijke karakter van het Muntgebouw te herstellen. Dit als voorbereiding op de opening van het nieuwe Geldmuseum eind mei. Sinds 1911 is het monument al in gebruik door de Koninklijke Nederlandse Munt. Door de verbouwing zijn het museum en de europroductie straks in één gebouw te zien. Kosten: 10 miljoen euro.
Het heeft tien jaar geduurd voor alle betrokkenen het eens waren over vorm en inhoud van het nieuwe museum. Jarenlang zijn pogingen ondernomen om een locatie te vinden in Amsterdam, waar ook De Nederlandsche Bank zit. Het werd uiteindelijk Utrecht, omdat in de hoofdstad geen passende huisvesting werd gevonden.
Het Nederlands Muntmuseum in Utrecht, het Koninklijk Penningkabinet in Leiden en de afdeling Numismatiek van De Nederlandsche Bank hadden elk een eigen klein museum. De drie organisaties gaan nu op in het Geldmuseum. Meerwaarde is dat alle kennis bij elkaar komt op één plek. Numismaten (muntkenners) bundelen hun krachten om onderzoek te doen naar de Nederlandse geldhistorie. De financiering komt vanuit De Nederlandsche Bank, de ministeries van financiën en onderwijs, cultuur en wetenschap, en voor een klein deel van de Koninklijke Nederlandse Munt.
Binnenkort mag het publiek het van oudsher zwaar beveiligde Muntgebouw betreden. De bezoekers kunnen dan aanschouwen waar ontelbare munten worden geslagen, in het hart van het gebouw. „Hier kruip je voor even in de huid van Dagobert Duck”, zegt directeur Taeke Kuipers. Die ervaring was tot nu toe alleen voor speciaal genodigden weggelegd. En af en toe was er een open dag. Dan stonden de mensen urenlang in de rij voor het hek.
Vanachter een dikke muur met vensters kunnen bezoekers de productie van geld bekijken alsof ze in een gigantisch aquarium staan te loeren. Over de binnenplaats is diagonaal een glazen verbinding gebouwd: de zogeheten gulden middenweg. Hier lopen bezoekers straks over een vloer van glas met munten eronder.
Maar het Geldmuseum biedt meer. Er komen ook tentoonstellingen over alles wat met geld te maken heeft. „We krijgen bijvoorbeeld een expositie over oude betaalmiddelen, zoals zout”, meldt Kuipers. Dat was vanwege de schaarste in de oudheid een betaalmiddel. Het woord salaris (sal) is ervan afgeleid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.