’We gaan nog wel meer avontuurlijke dingen beleven’, zei Herman Wijffels twee jaar terug in een gesprek met Trouw over turbulentie in de Nederlandse politiek. Nu verkeert de oud-Ser-voorzitter als informateur in een positie dat hij direct invloed kan uitoefenen op het politieke proces en al meteen heeft hij zelf een avontuurlijke stap gezet: terug naar de binnenkamer, analyseert politiek redacteur Hans Goslinga.
Dat is natuurlijk even schrikken voor degenen die de binnenkamer een synoniem vinden voor de achterkamer en veronderstelden dat we daarmee, na de stormloop van Fortuyn op dit bastion van de Haagse regentencultuur, eindelijk hadden afgerekend. Maar niets is minder waar. De stap past, los van andere overwegingen van Wijffels, in de zoektocht van politiek en bestuurlijk Nederland naar vormen van leiderschap die de oude en nieuwe politiek verbinden.
Paul Schnabel, de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, durfde onlangs op de televisie weer de term ’regent’ in te mond te nemen en van een positieve duiding te voorzien. In zijn ogen hebben we een overstijgend leiderschap nodig om de tegenstellingen in de samenleving te verzoenen. De middenpartijen zijn daartoe minder vanzelfsprekend in staat door hun geringere omvang en toenemende concurrentie op de flanken.
Met de herwaardering van de regentfunctie keert ook het besef terug dat een coalitiebestel als het onze niet kan zonder de binnenkamer. Wil het functioneren dan is enige afzondering en ruimte nodig om door overleg en onderhandeling de steen der wijzen te vinden. Tegelijk is duidelijk dat we niet terug kunnen naar het oude regentendom, dat politici voortbracht als Beel en Romme die zich de bijnaam ’sfinx’ verwierven. De binnenkamer moet dus worden verbonden met een bestuurscultuur, die de burgers serieus neemt en op een volwassen manier informeert.
Dat laatste gebeurt niet met de illusie van openheid die de kabinetsformaties sinds de jaren zeventig kenmerkt. De Nijmeegse hoogleraar parlementaire geschiedenis Carla van Baalen stelde vier jaar terug vast dat formaties in deze tijd in wezen niet anders verlopen dan in de tijd van Beel. Ondanks het onbehagen over de lange duur en de geslotenheid en ondanks de uitgesproken intentie het anders te doen, gaat het steeds weer op de oude voet.
Volgens Van Baalen is de simpele reden dat politieke leiders helemaal niet gebaat zijn bij een andere opzet. Voor de verkiezingen bestrijden ze elkaar, daarna moeten ze elkaar weer opzoeken om tot machtsvorming te komen. Dat proces vraagt om zo min mogelijk regels en zoveel mogelijk geslotenheid.
De formatie van het tweede kabinet-Den Uyl in 1977, die zich grotendeels in de openbaarheid afspeelde, had met de faliekante mislukking deze waarheid al laten zien. Maar de politici hebben zich altijd halfslachtig getoond in het trekken van de consequenties uit deze ervaring. Hierdoor is een schijn van openbaarheid ontstaan, die gestalte krijgt in het mediacircus bij de deur van de Eerste Kamer waarachter zich de formatie afspeelt. De discrepantie tussen de suggestie van opwinding buiten en het langdurige proces van geven en nemen binnen, leiden tot een schijnvertoning, die de politiek haar slechte naam bezorgt.
Al dertig jaar durven politici evenwel niet simpelweg te verklaren dat politiek, zoals L.J. Heldring onlangs constateerde, een ernstige zaak is, die zich niet op elk moment verdraagt met openheid. Door zich met de drie fractieleiders op een geheime plaats terug te trekken, zorgt Wijffels dus voor een gedurfde stijlbreuk. De stap is daarmee op zichzelf al een demonstratie van het type leiderschap dat in zijn ogen nodig zal zijn. Een kenmerk daarvan moet zijn de moed van gebaande paden af te wijken. Dat sluit aan bij Wijffels’ uitspraak twee jaar terug dat de politiek de kracht in zichzelf moet hervinden en niet moet verkrampen in functioneel en defensief gedrag en angst voor de media.
Vermoedelijk had Wijffels zich het liefst met Balkenende, Bos en Rouvoet voor drie weken teruggetrokken in Zuid-Afrika. Al enige jaren trekt hij met groepjes leidinggevenden de wildernis in om hen te laten ervaren hoe het is om in een natuurlijke omgeving op jezelf en op elkaar te zijn aangewezen. Maar wellicht biedt de Nederlandse hei een alternatief om tussen de beoogde coalitiepartners vertrouwen te kweken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.