*

 

Getekende herinneringen

door Sandra Kooke − 04/01/07, 00:00

Wim van Hooff zat het laatste oorlogsjaar gevangen in het krijgsgevangenenkamp Stalag IVB bij Dresden. In het geheim tekende en schilderde hij het kampleven.

Dat Wim van Hooff (1918-2002) tekende, wist zijn familie wel. Maar dat er onderin de la van het bureau een dikke envelop met kamptekeningen lag, kwamen de kinderen pas veel later te weten.

Veertig jaar lang ontliep de tekenaar Wim van Hooff zijn kampverleden en liet hij de envelop onaangeroerd. Maar voorzichtige gesprekken met een neef, die Vietnamveteraan was, openden de deur naar dat tijdperk.

De schetsen en aquarellen, die hij tussen mei 1944 en april 1945 in het kamp Mühlberg-Elbe (Stalag IVB) maakte, kwamen in 1985 uit de la. Na de dood van vader Van Hooff in 2002 besloot de familie het verhaal van de krijgsgevangenschap in boekvorm uit te brengen, met de tekeningen en vaders commentaar daarbij als rode draad.

Wim van Hooff zat sinds november 1943 ondergedoken, omdat de Duitsers hem naar Duitsland wilden brengen om in een vliegtuigfabriek te werken. Hij kwam terecht in het verzet, maar werd maart 1944 ontdekt en afgevoerd naar kamp Amersfoort.

Hij zou naar een concentratiekamp gaan, maar zijn vader wist een kennis, een van de bij de Duitsers invloedrijke Van Beuningens, zover te krijgen een goed woordje voor hem te doen bij de Duitsers. En zo vertrok de vijfentwintigjarige Van Hooff naar het krijgsgevangenenkamp Mühlberg (Stalag IVB), vlakbij Dresden. Hij kwam er 30 mei 1944 aan.

En toen begon het tekeningen en schilderen. Van Hooff schilderde de kampwinkel, de barakken, de omheining, de stapelbedden, de mannen en heel veel typische kampsituaties: het luchten van de dekens vol vlooien, het rondhangen op de bedden, het ophangen van de was over iedere vrije stang, het verlangend kijken naar de vrije wereld aan de andere kant van het hek. Talloze details van het kampleven komen in beeld, zoals de buitentoiletten en de buitendouche en de ziekenboeg. Maar ook het vervoer van de zieken, de kapper, de man van wie de bevroren voet afgezet moest worden.

Tussen de lijnen door zijn de ontberingen te zien. De mannen ogen zwak en mager. Ze doodden de tijd met wachten en wat onschuldig vermaak, zoals toneelspel. Ze hadden heel weinig bezittingen, hooguit een warme jas en een pannetje voor eten.

De mannen leden honger en kou en werden regelmatig ernstig ziek, ook door ondervoeding. Dat Van Hooff het overleefde had hij te danken aan zijn wat oudere vriend Harry Hanssen, die hem vanaf de eerste dag onder de hoede nam en hem tijdens ziekte het leven redde door zijn eigen eten aan Van Hooff te geven.

Het tekenen en schilderen was voor Van Hooff een manier om het kamp te overleven. Tussen de tekeningen zitten veel cartoon-achtige schetsjes, die als vermaak waren bedoeld. Hij kreeg de verf in eerste instantie van een wat oudere bewaker. Ook was er een levendige ruilhandel in het kamp en ruilde hij zijn sigaretten tegen verf. Het Rode Kruis bezorgde de gevangenen soms ook muziekinstrumenten of boeken.

Het was streng verboden om het kampleven te tekenen. Zodra een Duitse bewaker in de buurt kwam, werd alles snel opgeborgen. Bij de barak stond altijd iemand op wacht om te waarschuwen.

Dat de tekeningen terug zijn gekomen, heeft Van Hooff te danken aan Harry Hanssen. Toen de Russen het kamp op 23 april 1945 bevrijdden, moesten de gevangenen al hun spullen in een kist doen. Die zou dan worden nagezonden. Maar Hanssen besloot dat ze de tekeningen in een bundel onder hun kleren mee zouden nemen. De kisten zijn nooit aangekomen, de tekeningen dus wel. Samen reisden ze via Zwitserland en Frankrijk terug naar Nederland, waar de tekeningen onderin het bureau belandden.

Sinds mei 2006 is de hele verzameling ondergebracht bij het Rijksmuseum. Daar is de kennis aanwezig om de op kladjes en restjes papier geschilderde werken goed te conserveren.

Het werk is artistiek gezien de moeite waard, maar vooral interessant als tijdsdocument. Het geeft een concreet beeld van de situatie in de kampen voor krijgsgevangenen.

Voor de kinderen van Van Hooff zijn de tekeningen vooral een middel om de duisterste periode uit het leven van hun vader te leren kennen.

Voor informatie over het boek ’Kamp Mühlberg-Elbe, 1944-1945, aquarellen, schetsen en herinneringen van Wim van Hooff’: stalag4b@planet.nl

mailIcon print |