*

 

Biertjes drinken bij exquise eten is lastig

Door: redactie − 14/07/07, 00:00

Het is een gezellige avond bij vrienden, de sfeer zit erin, de man des huizes heeft zich op het eten uitgesloofd. De zacht gegaarde eendenborst met toefjes schorsenerencrème ziet er dan ook prachtig uit.

Wat ik erbij wil drinken, vraagt de tevreden kok. Nou, doe maar een biertje. Stilte valt in de voorheen zo gezellige kamer. Het hele gezelschap staart mij met grote ogen aan.

Kan iemand zo proleterig zijn om bier te drinken bij zulk hoogstaand eten? Ja, dat kan ik. Is schorsenerencrème allergisch voor bier? Smaakt eendenborst niet met gerstenat? Ach, het blijft gezellig, al volhard ik in mijn tegendraadse houding. Het zit mij dwars en een paar dagen na het etentje neem ik een besluit: ik zal bewijzen dat bier heel goed bij exquise eten past. Bij eendenborst, bijvoorbeeld.

Mijn lokale slijter bulkt van de wijn en heeft ook nog een schapje met aparte bieren. Erdinger Weißbier bijvoorbeeld, Duits tarwebier dat tot de beste ter wereld behoort. Verder een Belgische Kriek, een Westmalle Dubbel, Blanche de Namur en een Pauwel Kwak. Voor een eerste proef is dit wel voldoende.

Thuis blijkt de koelkast minder welgevuld dan ik hoopte – het is het einde van de maand. Er is nog wat Roquefort en belegen Goudse. Achterin staat een rest gebraiseerde kalfswang. Verder is er nog gerookte bokking, een biefstukje en een flinke moot tonijn. Een uitputtende hoeveelheid is het niet, maar dat hoeft ook niet.

Als eerste gaat de Erdinger open. Met Goudse kaas is dit bier lekker, maar het smaakt vooral wonderbaarlijk goed met Roquefort; er komt een zoetheid los die de geur van de kaas tot in de hemel opstuwt. De smaak van de bokking dooft uit in die van het bier. De biefstuk gaat geen huwelijk aan, tonijn past er lekker in.

De Blanche de Namur is een echt witbier. Lekker met de kalfswang, het zuur is goed tegen de geleiigheid die met kalfswang samengaat. De tonijn wordt weggespoeld, de biefstuk blijft onaangedaan en de Roquefort bloeit tot iets heel lekkers op bij de kruidige zoetheid van het bier. De Goudse smaakt er ook goed bij, maar de gerookte bokking drukt het bier tot onder de smaakpapillen weg: net water.

Dan de Pauwel Kwak. Dat is een complex bier, dat zoet en bitter verenigt en weigert zich te schikken. Kalfswang, tonijn en biefstuk verdwijnen in zijn kracht, de bokking is uitgesproken goor, alleen de Roquefort, opnieuw de Roquefort, die barst in overweldigende smaken uiteen.

Het Kriek is zoet, rins, een beetje als de Blanche, en met dezelfde resultaten. Op een belangrijke uitzondering na: de belegen Goudse is in dit geval de uitverkoren geliefde, de Roquefort veel minder. Met de kalfswang is het huwelijk heel apart, het bier geeft rinsheid aan het vlees, het vlees body aan het bier. Een geslaagde combinatie. Kriek met bokking kan net.

En dan de Westmalle Dubbel. Opnieuw een bier dat zich niet voegen wil, rijk, gallig, onverdraagzaam. De kalfswang slaat hij dood met zijn bitterheid, de biefstuk negeert hij, de bokking maakt hij tot risée van iedere tong – maar opnieuw bloeit de Roquefort.

Een conclusie kan ik trekken na deze niet-uitputtende test: het is logisch dat men wijn drinkt bij het eten. Een fles gegist druivensap opentrekken kan iedereen, bier kiezen bij eten is daarentegen verschrikkelijk moeilijk.

mailIcon print |