Het brinkdorp Veenklooster en de roemruchte Fogelsanghstate zijn nu ook te bereiken via 400 km aan historische paden.
Koningswegen zijn er in soorten en maten, maar de Keningswei in het Friese Veenklooster is wel een heel bijzondere. De straat loopt van west naar oost dwars over het landgoed Fogelsanghstate, als het ware dóór de entreehal van het indrukwekkende landhuis heen. En dat is eigenlijk alleen maar te danken aan het feit dat Zijne Majesteit koning Willem III even langskwam.
Oorspronkelijk was de weg een stoffig zandpad dat in 1873 voor 3266 gulden verhard werd voor de vorst die op doorreis van Friesland naar Groningen enkele uren op Fogelsanghstate zou vertoeven. Die Koningsweg was overigens niet de enige kostenpost in dat jaar. De eigenaar van de state, Hector Livius baron van Heemstra, was kamerheer des Konings en moest in die functie het staatshoofd of andere hooggeplaatste figuren verblijf in zijn huis verlenen. Toen het bezoek van Willem III zich aandiende, liet de baron het tussen 1723 en 1734 gebouwde buiten ingrijpend verbouwen. In het kasboek van Van Heemstra stonden forse bedragen genoteerd op de ’Koningsdag’: ruim 1500 gulden voor het déjeuner (de lunch), 71 gulden voor een zijden japon (uit Parijs!) voor barones Adeline, een cadeautje voor de koning ter waarde van 100 piek, een schilderbeurt voor binnen-en buitenboel en dan nog de kosten van de Keningswei.
Maar het was een prachtdag. De koning amuseerde zich kostelijk – zo valt te lezen in de memoires van ene jonkvrouw Jeanne van Andringa de Kempenaer. Vooral vanwege de barones, ’de allerliefste en mooie gastvrouw, want de koning was niet onverschillig voor aardige dames’. Vooral haar prachtige buigingen bekoorden hem buitensporig, en wellicht ook haar champagne. Toen de commissaris des konings hem erop wees dat het hoog tijd was om te vertrekken, reageerde hij met ’Mais je suis très bien ici’. Majesteit had de pee in dat hij Veenklooster moest verlaten.
Dat kunnen we ons goed voorstellen. Anno nu is het landgoed nog steeds een lustoord, zeker als je het geluk hebt om rondgeleid te worden in de state. Nee, helaas geen déjeuner. Wel een biljartkamer die je doet kriebelen om een driebander neer te leggen. Je schrijdt vanzelf over het tapijt, vergaapt je aan de vele schilderijen, kasten en kabinetten, tuinzaal en bibliotheek, vuurscherm van mahoniehout, en vooral aan het 250-delige servies Amstelporselein van de familie Van Iddekinge. En dan buiten: het park van architect Roodbaard met vijverpartij, driewegbruggetjes, ijskelder, kluizenaarswoning, theekoepel, hertenkamp, vijvers en paardenstallen.
Maar we zijn hier (ook) om te wandelen, over een van de historische paden die door Landschapsbeheer Friesland uit de mottenballen zijn gehaald en opgelapt. Het is in het kader van het project ’Oude paden, nieuwe wegen’ weer teruggegeven aan wie het toebehoort: de voetganger. Het is onderdeel van een netwerk van vijftig voetpaden in Noordoost-Friesland. De routes (samen 400 km) voeren door een oorspronkelijk landschap, variërend van vette klei en weerbarstige terpen tot de coulissen van elzensingels en houtwallen in de zanderige Friese Wouden. Veel van de voetpaden en oude dijkjes die de bewoners vroeger hebben aangelegd, bestaan nog. Je wandelt dus in de voetsporen van het verleden.
Wij nemen Fogelsanghstate als startpunt voor de wandeling, maar je kunt ook beginnen in Buitenpost. Die naam betekende in de 16de eeuw ’buitenste wacht of voetbrug’. Dankzij de spoorlijn Leeuwarden-Groningen (opengesteld in 1866) is het dorp stevig uit de kluiten gewassen. Bezoek als er tijd voor is, vooral de botanische tuin De Kruidhof uit 1930. Die heeft tegenwoordig wel 17 thematuinen, waaronder een met bijbelse planten en een met vrijwel alle kruiden die nodig zijn voor het bereiden van beerenburg (niet plukken!). Volg naar Veenklooster de alternatieve route op het kaartje of aan de noordkant van het spoor de Jeltingalaan die overgaat in de Keningswei.
De route volgt de Fogelsanghloane richting Kollum en loopt dan een stukje langs de drukke weg naar Lauwersoog (N358), maar er ligt een fietspad en de markering is duidelijk. We passeren kleine dorpjes en buurtschapjes zoals Wygeeast en Oudwoude en belopen de Boskreed (Bospad). Rechts in het land zien we een boerderij met het oudste voorhuis van Friesland, onderdeel van de voormalige Allemastate (vóór 1400); de 75 centimeter dikke noordmuur is bewaard gebleven.
Westergeest, dat op een ’zandopduiking’ (geen terp) in het land ligt, is al van verre te zien dankzij de stoere kerk uit 1150. Binnen zijn delen van muurschilderingen zichtbaar die tot de oudste van Nederland behoren. Westergeest is een knooppunt van routes: bij de kerk gaan we over van de 18 op de 45 (Kalkhúswei) en moeten helaas een paar honderd meter over de Trekweg en langs de Stroobosser Trekvaart. Dat is even een rotstukje; we zijn blij als we weer het boerenland in kunnen, het Lykpaed op waarover de Friezen vroeger hun doden wegbrachten naar het kerkhof.
Via de Dôllen en het Feartspaad lopen we weer door een landschap waarover de Romein Plinius in 47 na Chr. schreef dat het zo treurig was, omdat de bewoners hier vergeefs strijd leverden tegen het water. Bij Kollumerzwaag zitten we al weer op de zandgrond, al staat de kerk (12de eeuw) veiligheidshalve toch maar op een terp. We zien van het dorp maar weinig, omdat we meteen het Tsjerkepaad ingaan. Langs het spoor en het dorpje Zandbulten keren we terug over de Hanenburch naar Veenklooster. Dat heeft nog een gave brink waar het goed toeven is. En anders wel op de Fogelsanghstate, het uitgangspunt van de route.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.