*

 

groenberichten www.trouw.nl/groen

Maaike Bezemer − 14/07/07, 00:00

Steenmarters laten zich niet vaak zien, maar in het oosten van het land drijven ze steeds meer mensen tot wanhoop. Een penetrante pislucht in huis, kapot geknaagde gipsplaten of doorgebeten kabels onder je motorkap. En herrie kan de steenmarter ook maken; alsof er een inbreker over je zolder stommelt.

Volgens André Kaper van Landschapsbeheer Gelderland neemt het aantal dieren niet schrikbarend toe. Het gebied waarin steenmarters voorkomen, wordt vooral groter. En Kaper denkt dat het dier ook meer in de bebouwde omgeving is gaan zitten en dus zichtbaarder is. „Hij leeft van oudsher in het agrarisch cultuurlandschap van de Achterhoek: kleinschalige percelen met veel houtwallen en schuurtjes waar niemand komt. Maar met het opschalen van de landbouw is het dier waarschijnlijk andere woonvormen gaan zoeken. Hij is nog redelijk mensenschuw, maar zit steeds meer op zolders en in parken.”

Kaper houdt het aantal klachten bij over steenmarters in Gelderland. Precieze cijfers heeft hij nog niet van 2007, maar de afgelopen maanden was er veel commotie. Meer dan twintig klachten in Berkelland, Bronckhorst en Lochem. En in Zutphen is zelfs een plaag aan de gang, zegt Kaper. Niet van marters, maar van klagende bewoners. De gemeente heeft daar namelijk nog niemand die de klachten kan behandelen.

Sinds 2002 heeft het ministerie van LNV de verantwoordelijkheid voor klachten neergelegd bij gemeenten. Zij horen een meldpunt te hebben voor overlast van beschermde dieren, zoals de steenmarter en vleermuizen. André Kaper: „Ik hoor mensen zeggen dat ze slachtoffer zijn van strikte bescherming van een diersoort, maar dat is niet het geval. Ze zijn eerder slachtoffer van een gemeente die niets aan de klachten doet.”

Er zijn ook goede voorbeelden. Nijmegen heeft zes ambtenaren opgeleid om overlast te bestrijden. Bronckhorst gaat speciaal steenmarterbeleid opstellen: natuurlijke slaapplekken creëren waar de marter geen kwaad kan en ingrijpen waar hij overlast veroorzaakt. De gemeente Deventer inventariseert eerst waar marters voorkomen, voor ze een klachtenmeldpunt instelt.

Steenmarters vangen of doden mag niet en heeft ook geen zin. Leefgebieden overlappen elkaar: als een dier wegvalt, is zijn plek zo ingenomen door een ander. Wel zijn er allerlei foefjes om de marters te verstoren: schrikdraadsystemen voor in de auto, een ultrasoon geluid, spuitbussen met antimarterlucht – er zijn zelfs mensen die zweren bij de geur van wc-blokjes. Maar volgens Kaper is het zinvoller de gemeente en een erkende deskundige in te schakelen. Je moet namelijk weten hoe het beest naar binnen komt – het kan door gaatjes van vijf centimeter doorsnee. En voordat je de toegangswegen dichtstopt moet je zeker weten dat er geen jongen zijn, anders gaan die dood (en stinken). En als je na het weren de geurstoffen niet verwijdert, komen daar vanzelf nieuwe marters op af.

Overigens zijn er ook manieren om het mooie dier met zijn pluimstaart in de buurt te houden: maak met takken en stoeptegels een droge slaapplek. De steenmarter kan namelijk ook nuttig zijn. Hij vangt ratten en muizen en eet wespenbroed.

Meer informatie over steenmarters is te vinden op de site van de zoogdiervereniging www.vzz.nl, onder het kopje roofdieren.

mailIcon print |