Vrouwelijke artsen die werk en kinderen willen combineren, lopen vast. Dat is zonde van energie en het geld dat in hun opleiding is geïnvesteerd, aldus de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen (VNVA).
In een brief aan informateur Wijffels vraagt de vereniging meer aandacht voor het benutten van vrouwelijk talent. „Er is de laatste jaren veel aandacht voor allochtonen, maar vrouwen zijn vergeten”, aldus VNVA-voorzitter Patricia Assmann. Ze wijst op de Emancipatiemonitor, die signaleerde dat de emancipatie stagneert. „Maar zelfs daar wordt een te rooskleurig beeld geschetst. Volgens de monitor is 30 procent van de leidinggevende functies in de zorg in handen van vrouwen. Maar kijk je naar vrouwelijke hoogleraren, dan is dat percentage veel lager. Dat geldt ook voor vrouwen met een medische achtergrond in raden van bestuur van ziekenhuizen.”
Vrouwen beginnen massaal en enthousiast aan een medicijnenstudie, maar ontdekken dan – meer nog dan andere hoogopgeleide seksegenoten – dat de combinatie kinderen en werk moeizaam is. „Een gemiddelde academische studie duurt vier, vijf jaar”, zegt Assmann, „maar een arts is vaak zestien jaar bezig”. Het krijgen van kinderen wordt daardoor vaak uitgesteld, met alle gevolgen van dien. „Vruchtbaarheidsproblemen, complicaties tijdens de zwangerschap, soms ongewenste kinderloosheid. Maar ook hoogopgeleide vrouwen moeten kinderen kunnen krijgen – voor een evenwichtig opgebouwde samenleving is dat van groot belang.”
Excessieve werktijden en variabele diensten maken het er vervolgens niet makkelijker op. Assmann: „Minister Hoogervorst ageert voortdurend tegen het parttime werken van artsen. Maar als je het hebt over een dienstverband van tachtig procent, gaat het nog altijd om werkweken van 45 tot 50 uur.” Nogal wat vrouwen lopen vast in pogingen die werktijden met de zorg voor hun kinderen te combineren. Assmann: „Ze kiezen voor een baan waarin ze niet direct met patiĆ«ntenzorg te maken hebben, in het onderwijs bijvoorbeeld of in een bestuur. Of ze worden vertrouwensarts.” Dat de minister deze niet-praktiserende artsen ook nog hun titel wil ontnemen, vindt Assmann bepaald geen stimulans om een compromis te zoeken tussen arbeid en zorg.
Terwijl dat wel nodig is, stelt Assmann met nadruk. „Vrouwen hebben heel veel in hun opleiding geïnvesteerd en het heeft ook de samenleving het nodige gekost. Het is zonde als dat niet wordt benut, voor alle partijen.” In de brief aan Wijffels bepleit de VNVA onder meer voor meer flexibele werktijden en veel ruimere mogelijkheden voor kinderopvang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.