De protesten van monniken in Burma lijken in een stroomversnelling te komen. Het militaire regime aarzelt om hard in te grijpen. Maar het is nog lang niet verslagen.
Meer dan 20.000 Burmezen demonstreerden gisteren in Rangoon tegen de militaire junta. Het was al de zevende protestdag op een rij, en de grootste demonstratie sinds 1988 – toen een volksopstand bijna het einde betekende van het regime. De beweging van voornamelijk jonge monniken die de protesten aanstuurt, heeft nu voor het eerst openlijk burgers opgeroepen zich bij hen aan te sluiten. De burgers lopen mee, en zijn gevraagd om ’s avonds voor hun huis in gebed te gaan.
Het kwam als een verrassing dat de demonstranten zaterdag langs het huis mochten lopen van oppositieleidster Aung San Suu Kyi. Die leeft al jaren onder huisarrest en was sinds 2003 niet meer in het openbaar gezien. Gekleed in een gele blouse en longyi (sarong) en duidelijk geƫmotioneerd, zwaaide ze naar de demonstranten. Het contact van de betogers met Aung San Suu Kyi was binnen een mum van tijd in heel Burma bekend. Maar toen de demonstranten gisteren een nieuwe poging ondernamen om bij het huis van de oppositieleidster te komen, werden zij bij de wegblokkades tegengehouden door de oproerpolitie.
De protesten begonnen omdat de monniken hun woede wilden tonen over hard ingrijpen van veiligheidstroepen en knokploegen bij een eerdere manifestatie tegen drastisch verhoogde brandstofprijzen. Maar waar dagenlang alleen stoeten monniken door de steden van Burma trokken – een groep die vanwege hun hoge status moeilijk is aan te pakken door het regime – hebben ze nu in de voormalige hoofdstad Rangoon gezelschap gekregen van nonnen en grote aantallen burgers. De betogers vormden gisteren een menselijke keten rond de Shwedagon Pagoda in Rangoon, een van de heiligste plekken in het land.
De vraag is of het regime zijn huidige terughoudendheid zal handhaven. Volgens Burma-deskundige Martin Smith is het bewind verrast door de omvang en de snelle groei van de demonstraties. Dat illustreert dat het militaire inlichtingenapparaat, dat in 2004 na interne zuiveringen opnieuw werd opgebouwd, nog altijd onvoldoende functioneert. Daardoor is het voor de junta bovendien moeilijk in schatten wie er precies achter de protesten zitten.
De afgelopen weken werden tientallen prominente dissidenten opgepakt. Anders dan bij eerdere klopjachten vluchtten de activisten die ontkwamen daarna niet naar de buurlanden. Mogelijk zijn zij in kloosters ondergedoken en helpen zij de monniken met de organisatie van de protesten.
„De generaals beraden zich over wat te doen. De komende dagen zullen cruciaal zijn”, zegt Smith. Hij acht het onwaarschijnlijk dat de legertop tot politieke concessies bereid zal zijn. Nu ook burgers aan de protesten beginnen deel te nemen en de protesten een openlijker politiek karakter krijgen neemt het risico van gewelddadig ingrijpen toe.
Het is mogelijk dat de junta daarvoor in de eerste instantie niet het leger, maar knokploegen zal inzetten. Deze burgermilities werden na de protesten van 1988 flink uitgebreid. Zij terroriseren regelmatig dissidenten. Ook worden zij gebruikt om de Sangha, de monnikenorde, te infiltreren en door militant optreden de monniken in diskrediet te brengen.
Volgens het gezaghebbende blad The Irrawaddy zijn er sinds de protesten begonnen, grote bijeenkomsten geweest tussen deze aan het bewind gelieerde organisaties en het regime. Gisteren waren op diverse punten langs de route van de protestmarsen al leden van de knokploegen te zien.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.