Het medisch tuchtrecht is aan herziening toe. Heel veel klachten (vorig jaar 1332) worden ongegrond verklaard. Medici houden elkaar de hand boven het hoofd, klinkt het al snel.
Herziening van het tuchtrecht is al zeker vijf jaar in discussie. Het tuchtrecht is geregeld in de uit 1997 daterende wet BIG (beroepen individuele gezondheidszorg). Bij de evaluatie in 2002 werden daarover kritische noten gekraakt, waar de minister nog steeds iets mee moet.
Gelijktijdig loopt via het ministerie van justitie nog een andere discussie, namelijk over de vraag of het tuchtrecht van diverse beroepsgroepen, zoals artsen en dierenartsen, accountants, advocaten, notarissen, loodsen en zeevarenden geharmoniseerd moet worden.
Johan Legemaate, juridisch adviseur van de artsenorganisatie KNMG, zegt ’een beetje kriebelig’ te worden van die discussie. Zo heeft een door justitie ingestelde commissie voorgesteld om cliënten die zich gedupeerd voelen te verplichten eerst te gaan praten met de beroepsoefenaar of een klacht in te dienen bij een klachtencommissie alvorens naar de tuchtrechter te stappen. Legemaate: „Misschien werkt dat in de advocatuur of in het loodswezen. Maar niet bij ons. Het klachtrecht is een fundamenteel patiëntenrecht. Dat ondermijn je als je hem verplicht eerst op lager niveau te klagen. Dan ziet hij wellicht van de klacht af. Wel willen we veel betere voorlichting over waar een patiënt het handigste met zijn klacht terecht kan. Kleinere klachten kun je direct of via een commissie afdoen. Die procedure kan kort zijn. Bij de tuchtrechter ben je zo anderhalf jaar verder.”
Het primaire doel van het tuchtrecht is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Daarom verwerpt de KNMG de mogelijkheid van een schadevergoeding aan de patiënt, als een klacht gegrond is verklaard. Legemaate: „Dan gaan de doelstellingen teveel door elkaar lopen. Schadevergoeding wordt dan een motief, terwijl het moet gaan om de kwaliteit van de zorg. Voor een schadevergoeding kan de patiënt terecht bij de civiele rechter of bij de geschillencommissie gezondheidszorg.”
Genoegdoening, tweede doel van het tuchtrecht, moet de patiënt ontlenen aan de sanctie die een arts krijgt opgelegd. Dat kan variëren van een waarschuwing tot het verbod om het beroep nog langer uit te oefenen. Patiënten vinden de opgelegde sanctie vaak te licht. Maar meestal wordt hun klacht ongegrond verklaard. Wat tot het vermoeden leidt dat artsen elkaar de hand boven het hoofd houden. Daarentegen ervaren artsen alleen al het feit dat ze voor de tuchtrechter moeten verschijnen als straf.
Wordt een klacht ongegrond verklaard dan heeft de arts – anders dan nu – recht op financiële compensatie, vindt de KNMG. Legemaate: „Niet bij wijze van schadevergoeding, maar omdat de arts tijdens de tuchtprocedure onkosten maakt. Hij moet bijvoorbeeld zorgen voor vervanging in de praktijk.”
De KNMG vindt nadrukkelijk dat artsen hun fouten openlijk tegenover hun patiënten moeten toegeven. Ook daarmee kunnen langdurige tuchtrechtelijke procedures worden voorkomen. Dat artsen daarmee moeite hebben is bekend. Maar het excuus dat ze dat van de verzekeraars niet mogen (vanwege dreigende schadeclaims) gaat niet meer op. Legemaate: „Verzekeraars aanvaarden dat artsen hun fouten toegeven. Zolang de arts maar niet zegt dat er een recht op schadevergoeding is. Dat is zijn pakkie-an niet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.