*

 

‘Bij ons gingen er drie per dag’

George Marlet − 08/09/07, 00:00

Massaal trokken Indië- en Nieuw Guineaveteranen gisteren naar de jaarlijkse herdenking in Roermond. „De ophef die nu wordt gemaakt als er een Nederlander sneuvelt, dat was er toen niet bij.’’

In een plastic tasje heeft Indië-veteraan Jan Elfrink (82) een witte anjer meegebracht. Besmuikt: „Voor straks, bij het monument.’’ Hij heeft tranen in zijn ogen.

Zestig jaar geleden nam Elfrink met 4-7 Regiment Infanterie deel aan de eerste ’politionele actie’ op het Indonesische eiland Java. Achteraf gezien een onnodige strijd, die de onafhankelijkheid van Indonesië hooguit vertraagde. „Als de Nederlandse regering eerder had toegegeven, was het heel anders gelopen. Maar ja, er moest geld binnenkomen van de plantages en de oliewinning.’’ Jan Arts (79): „We hebben in Indië militair gewonnen, maar politiek verloren.’’

Duizenden veteranen zijn deze vrijdagmiddag met vrouw, kinderen en soms kleinkinderen naar het Nationaal Indië-monument in Roermond gekomen om de 6.229 militairen te herdenken die tussen 1945 en 1962 bij militaire acties in toenmalig Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea zijn gesneuveld. Jan Elfrink heeft er verschillende gekend. Zeven jongens uit zijn regiment liepen tijdens een patrouille op Sumatra in een hinderlaag. Vier zijn er nooit teruggevonden. „Daar werd bij ons niets over gezegd; dat was niet interessant. Bij ons gingen er drie per dag. Zoveel ophef als er nu wordt gemaakt als er een Nederlandse militair sneuvelt, dat was er toen niet bij.’’

Oud-marinier Jan Strobois is het met Elfrink eens. „Echte oorlogsslachtoffers zijn er in Afghanistan niet zoveel gevallen. Dat noem ik geen sneuvelen.’’

Indië-veteranen doen - tot ergernis van jongere veteranen – nogal eens laatdunkend over latere missies, die niet in de schaduw zouden kunnen staan van wat zij hebben meegemaakt. Dat sentiment valt te begrijpen.

Zeker de dienstplichtigen werden nauwelijks voorbereid naar Indië gestuurd, moesten daar soms drie jaar achtereen onder barre omstandigheden hun werk doen en kregen na terugkeer in Nederland „een schop onder hun kont en konden weer gaan.’’

Erkenning en waardering voor veteranen is er mede onder druk van Indië-veteranen uiteindelijk wel gekomen. Het Nationaal Indië-monument in Roermond is daarvan het symbool, zij het met een smetje. Prins Bernhard heeft het monument in 1988 in gebruik genomen, maar daarna heeft het koninklijk huis zich niet meer laten zien. Dat stoort veteranen hevig omdat zij voor hun gevoel ’in naam van de koningin’ naar de koloniën zijn gestuurd. Jan Arts (79): „Ik vind het kwalijk dat het koninklijk huis er niet is. Men gaat wel in Drenthe koek happen, maar hier komen, ho maar.’’

Even goed zingen de veteranen de twee coupletten van het Wilhelmus uit volle borst mee. Tot volgend jaar, klinkt het soms aarzelend. De gelederen dunnen rap uit. Het advies van Jo Verstraaten (81): „Gewoon in de verbindingen blijven.’’

mailIcon print |