*

 

Vergeefse protesten

Jaap de Berg − 06/01/07, 00:00

Ook dit jaar zullen lezers hopen dat deze rubriek zo nu en dan de staf breekt over wat in hun ogen taalfouten zijn: het parlement en haar capriolen; het weer wat tegenvalt; hen wordt niets gevraagd; twee van de tien heeft ongelijk; vrouwen worden onrecht aangedaan; grotere bokken als deze vindt men alleen in Artis. Het is maar een bloemlezinkje.

Vooropgesteld zij dat wie zich hieraan ergeren – de eerste e-mails van 2007 zijn al binnen – mijn warme sympathie hebben. Het is inderdaad geen reden tot jolijt te moeten vaststellen dat velen zich onbekommerd bezondigen aan wat jij op school en/of thuis hebt afgeleerd.

Dit neemt niet weg dat droefenis of verbolgenheid over dit soort constructies vooral een uiting is van nostalgie. Vaak schuilen er twee misvattingen achter.

De eerste is dat voorgoed vastligt wat als acceptabel Nederlands kan gelden. Wie dat denkt, miskent dat een levende taal voortdurend verandert. Egidius, waer bestu bleven? was lang geleden een onberispelijk geformuleerde vraag. Langs de lange weg naar het hedendaagse Egidius, waar ben je gebleven? hebben stellig protesten tegen nieuwerwetse fratsen geklonken.

De tweede misvatting is dat zulke protesten helpen. Weinigen hebben zo scherp en vaak geestig tegen ondeugdelijk bevonden taalgoed gefulmineerd als Charivarius (1870-1946). Legio woorden – van aanvechtbaar en briefpapier tot voorradig en wegomlegging – deed hij in de ban als staaltjes van germanistische ‘taalverknoeiing’. Het mocht niet baten.

Niet taalzuiveraars bepalen wat door de beugel kan. Dat doet de spraakmakende gemeente. Als zij er nagenoeg collectief de symptomen van vertoont, is de zogeheten haar-ziekte geen kwaal meer. En geeft zij er geregeld blijk van dat je samenstellingen als (in)formatie werkzaamheden en CDA fractie zo, los dus, kunt schrijven – zoals Balkenende onlangs in een brief aan de koningin deed – dan wordt op den duur deze schrijfwijze aanvaardbaar.

Eén conclusie mag aan dit stukje niet worden verbonden – en wel deze dat kranten dus maar raak kunnen schrijven. Zij doen er goed aan zich te houden aan de regels die velen nog als bindend beschouwen. Immers, al wat de aandacht van de inhoud afleidt – snedige terzijdes wat mij betreft uitgezonderd – kan een krant maar beter vermijden.

mailIcon print |