Je ziet ze niet, maar hun opinie staat regelmatig in de krant. Wat beweegt de schrijvers die keer op keer een bijdrage leveren aan de brievenrubriek van deze krant? En hoe slagen zij erin hun brieven geplaatst te krijgen? Twee schrijvers en een Trouw-redacteur geven advies.
Ach vooruit, zegt Ineke Remijnse (63), een van de vaste briefschrijfsters van deze krant. Omdat de verslaggeefster aandringt, wil ze wel op de foto. Maar voor haarzelf hoeft dat eigenlijk niet: „Ik heb liever dat de lezers denken dat ik een mooie oude dame ben.” In haar modern ingerichte flat in Almere wil deze dame – die overigens mooi en helemaal niet zo oud oogt – wel iets vertellen over de kunst van het ingezonden-briefschrijven. Al heeft ze daar geen kant-en-klaar-recept voor: „Ik doe het gewoon, ik denk er niet over na, het spuit ineens omhoog.” Ze schrijft graag, en al heel lang, en niet alleen voor deze krant, zo blijkt uit de map die ze naast de koffie op tafel legt. Daarin zitten onder meer het blad van een vrijzinnig kerkgenootschap, een liedjesboek en het Dagblad van Almere, allemaal met bijdragen van haar.
Schrijven is denken, zegt Remijnse, die vroeger verpleegkundige en jarenlang vrijwilligster bij ’Kerk in Mokum’ was. En denken is fijn: „Het is dan net of mijn hersens in bad zijn geweest, het geeft me een lekker gevoel.” Ze leest ’s ochtends minstens één uur de krant en als een bericht haar raakt, dan klapt ze een laptopje open op haar glazen salontafel en gaat aan het werk.
Tip 1: Durf een bruin pak te dragen.
Eerste vereiste voor een ingezonden brief is natuurlijk een onafhankelijke mening. Die heeft Remijnse van haar vader geërfd.: „Innerlijke kracht zit bij ons in de familie.” Ze vertelt hoe haar vader, ouderling van de gereformeerde kerk in Edam, rustig een bruin pak droeg terwijl zwart voor ouderlingen de dresscode was. Maar dat kon hem niks schelen: „Hij vroeg: ’Zou God het erg vinden als ik in een bruin pak kom?’ Natúúrlijk niet! En wat was ik trots, dat mijn vader daar als enige in het bruin stond.”
Tip 2: Wees een buitenstaander.
Ze vindt het fijn dat haar brieven geregeld in de krant worden afgedrukt: „Het is prettig om te zien dat je mening ertoe doet, dat je bijdraagt aan opinievorming. Mensen hoeven het overigens niet met me eens te zijn, dat vind ik wel spannend.” Of zij veel gemeen heeft met andere briefschrijvers, weet Remijnse niet. Maar een theorie heeft ze wel: „Ik denk dat ze vaak buitenstaanders zijn, die door een raampje naar de wereld kijken, die afstand nemen, niet met de massa meegaan, maatschappijkritisch en tóch betrokken zijn.”
Tip 3: Een grap mag óók.
Betrokken bij de wereld, dat is ook Henk Sieben (54), werkzaam als arbo-coördinator bij een instelling voor verslaafdenzorg en daarnaast actief bij GroenLinks. Zijn belangstelling is breed en omvat onder meer klimaatverandering, het koningshuis, globalisering, de Amerikaanse inval in Irak en de risico’s van alcoholgebruik. Raakt een bericht hem, dan kruipt hij achter zijn toetsenbord: „Ik probeer een beetje in de geest van Trouw door te schrijven. Mijn vader heeft nog voor de krant gecolporteerd, Trouw als verzetskrant heeft me altijd aangesproken. Ik wil kritisch zijn, of mijn zorg uitspreken over dingen.” Al mag een luchtig stukje over oliebollen ook, zegt hij: „Schrijven is voor mij ontspanning, en een sport.”
Tip 4: Schrijf persoonlijk, schrijf ook als wandelaar.
Sta je d’r nou alweer in, zeggen zijn familieleden wel eens hoofdschuddend. Sieben heeft wel een idee waarom zijn brieven vaak de krant halen: „Het zijn persoonlijke stukjes, ik ben zelf bij die onderwerpen betrokken.” Schrijft hij bijvoorbeeld over alcohol, dan komt dat omdat hij in zijn werk ziet hoeveel mensen daaraan kapot gaan. En spreekt hij zijn hoop uit dat de Nijmeegse Vierdaagse – die vorig jaar vanwege twee doden werd afgelast – in 2007 weer wordt georganiseerd, dan doet Sieben dat óók als wandelaar. Hij liep zelf mee op die ene, verschrikkelijk hete dag en dat klinkt in zijn briefje door.
Tip 5: Ga niet zwammen.
Voor briefschrijvers in spe heeft Sieben ook deze tip: formuleer bondig, schrap al het overbodige. „Dat is voor mij het geheim van het schrijven: beperk je tot de kern. Lange zwamverhalen worden niet gepubliceerd.”
Dat wordt bevestigd door Trouw-redacteur Henriëtte Bonarius, verantwoordelijk voor de brievenrubriek in deze krant. Dagelijks komen er zo’n dertig tot veertig brieven bij de redactie binnen, slechts tien procent daarvan kan worden geplaatst. De meeste kans maken brieven die ’zo puntig en scherp mogelijk geschreven zijn’, zegt Bonarius: „En brieven die een beetje lichtvoetig zijn, of die iets van een verrassing bevatten, dat vind ik ook wel prettig.”
Tip 6: Schrap zelf alvast de laatste zin.
De brieven die niet reageren op iets wat in de krant heeft gestaan, vallen als eerste af, aldus Bonarius. Al stelt zij originaliteit wel op prijs: „Soms komen schrijvers met een heel eigen en zinnig punt.” Zo maakte Ineke Remijnse zich bijvoorbeeld sterk voor een fietsbrug tussen Almere en Amsterdam in de kolommen van deze krant. En Henk Sieben brak een lans voor Willeke Alberti: „Ze staat al jaren aan de top, en toch blijft ze charmant. Ik heb altijd gehoopt dat zij in de politiek zou gaan.”
Eén ding wil Bonarius graag nog kwijt: zij krijgt het laatste woord. Frits van Exter beloofde onlangs in zijn ’Brief van de hoofdredactie’ dat alle ingezonden brieven in z’n geheel worden geplaatst. Maar dat moet Bonarius tegenspreken: „Brieven worden wél geredigeerd. Soms kan een slotzin een brief bijvoorbeeld ontkrachten.” U bent dus gewaarschuwd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.