*

 

Straks leven niet alleen generaties langs elkaar heen, maar iedereen

Door: redactie − 10/02/07, 00:00

Ik kan alleen antwoorden vanuit mijn directe omgeving, en dan is mijn conclusie dat er van een kloof geen sprake is, of hoeft te zijn. Als mensen het gevoel hebben dat ze elkaar iets te bieden hebben, speelt leeftijd geen rol.

Mijn vrouw (62) werkt op een ’zwarte’ school samen met collega’s die gemakkelijk haar kinderen zouden kunnen zijn. Dat gaat uitstekend, omdat ze open met elkaar omgaan, elkaar aanvullen en naar hetzelfde doel toewerken. Zelf (65) heb ik ook vooral positieve ervaringen. Ik kan een rijk gevarieerde lijst van jonge(re) mensen geven, met wie ik op voet van gelijkwaardigheid omga.

Zolang wij, ouderen, ons niet mater- of paternalistisch opstellen, gaat het prima. Sterker nog, naarmate we ouder zijn geworden, ervaren wij het werken met jonge(re) mensen als stimulerend en verfrissend. Uit hun reacties merken we dat zij hetzelfde gevoel hebben.

SchiedamC.H. Slechte

In de jaren vijftig werd de telefoon alleen in speciale gevallen gebruikt, voor een boodschap in de buurt liep je even naar de buren toe. Tegenwoordig is iedereen mobiel bereikbaar. De noodzaak om elkaar op te zoeken is niet meer zo aanwezig. Terwijl wij in ons gezin nog heftige meningsverschillen hadden over onze muziekkeuze, heeft nu bijna elk gezinslid een eigen kamer, compleet met computer, cd- en dvd- speler en natuurlijk een televisie. Iedereen zoekt het zelf wel uit!

Dit proces van individualisering gaat net zo lang door totdat we allemaal op onszelf leven. Dan leven niet alleen de generaties langs elkaar heen, maar wij allemaal.

RekkenHenk Sieben

Veel jongeren wonen niet meer in de gemeenschap waar ze geboren en getogen zijn, leven minder in familieverband. Ze zijn vaak niet getrouwd, leven samen en werken full of part-time, ook als ze kinderen hebben. Ze hebben een beroep gekozen waarvoor ze opgeleid zijn.

Veel jongeren hebben de godsdienst of cultuur van hun ouders niet overgenomen en hun huwelijk is een los-vaste verbinding geworden.

Veel jongeren leven in een gebroken familieverband, kennen hun ouders, hun grootouders en soms hun eigen kinderen niet.

Mensen van nu vinden seks de gewoonste zaak van de wereld en praten er ook zo over. Ze willen (voorlopig) geen of weinig kinderen. En doen vaak een beroep op hun ouders omdat beiden buiten huis werkzaam zijn. Mijn conclusie: vroeger waren gezinnen harmonischer en meer betrokken op de gemeenschap waarin ze leefden.

Loon op ZandJ. de Vroome

Heerlijk met de klas naar de Koninklijke Schouwburg. Stevige afspraken gemaakt met elkaar hoe we ons naar buiten toe zullen presenteren. Goed geconserveerde ouderen staan bij de halte van de pendelbus en kijken duister onze kant op. Eén van mijn leerlingen komt naar me toe en merkt op: „Ze kijken niet echt vriendelijk naar ons. We lijken wel tweedehands mensen in hun ogen.”

Keurig wachtten alle leerlingen tot de ouderen zitten en daarop verzoek ik de klas plaats te nemen. Een flink aantal gaat achterin zitten, maar een paar meisjes blijven bij mij staan. „Hup, ga zitten, „ commandeer ik. „Ik kijk wel uit juf, ziet u niet hoe dat wijf kijkt naar ons. Daar ga ik echt niet naast zitten.” Vanuit een ooghoek monster ik de dame in kwestie en beaam het.

De priemende blikken van de welvarende ouderen voelend wacht ik af wat gaat gebeuren bij het zien van de controleurs. Een groot deel van mijn leerlingen reist met een abonnement. Ons traject kost meer zones dan waarin het abonnement voorziet. Geen tijd meer om een strippenkaart te kopen, besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en te gokken op de vriendelijkheid van de controleurs. Dit besprak ik met de klas bij de bushalte.

De oudjes kijken mij meedogenloos aan als de controleurs verschijnen en zien in mij de bevestiging van het faillissement van het Nederlands onderwijs. Immers zij weten dat ik welbewust fraudeer. Gelukkig loopt het goed af, niet alleen omdat de controleurs ontzettend aardig zijn en vol begrip, maar ook omdat een aantal leerlingen zijn buurman, of een goede vriend herkent in een controleur.

Wat is er aan de hand met oud Nederland? Speelt het een rol dat het grootste deel van mijn club allochtoon is?

Den HaagJeannet Dooper

Zeg vooral niet: ’Vroeger was het veel beter’ want dat is niet waar. Er is veel goeds ontstaan. Vaak werd er gevraagd naar vaders of opa’s oorlogsverhaal, werkervaring in de wederopbouw, zijn streven naar een gemeenschap waarin je naar elkaar omziet, samen de schouders eronder.

Opa wees ze op de kansen die ze nú hebben: studeren, een beroep kiezen dat bij je past, eerlijke beloning, goede arbeidsvoorwaarden, vakbonden. Sinds voorbije zomer is opa er niet meer. In de afscheidsdienst klonken hun woorden: een Opa om trots op te zijn, respect voor te hebben, zoveel van hem geleerd... Ze leefden dus niet langs elkaar heen.

Edam T. Siebel Engel

Willem Breedveld haalt het portret aan dat de vmbo’ers hebben gemaakt van de in de oorlog weggevoerde Joodse gezinnen. Ik ben een van die ouderen met wie de jongelui hadden kunnen praten, zoals Breedveld schreef. Tot zijn verbazing hadden ze dat niet gedaan.

Ik begreep wel dat ze niet belden: ’het zijn toch wildvreemden’ moeten ze gedacht hebben. Deze jongelui begrepen dat dit voor 70-plussers een emotionele tijd was en nog is. Dat is niet langs elkaar heen leven maar begrip opbrengen.

EmmenK. van Manen-Smits

mailIcon print |