*

 

Is het een regeerakkoord van samen tegen de rest of een poging tot eerherstel van de solidariteit?

Willem Breedveld − 10/02/07, 00:00

Een cruciale zin in het regeerakkoord is die waarin partijen hun ’samen werken en samen leven’ spiegelen aan de jaren vijftig. Toen er nog sprake was van ’saamhorigheid en lotsverbondenheid van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, solidariteit in de klassieke verzorgingsstaat en een rijk verenigingsleven’. In moderne oren klinkt dat als een provocatie en zo werd het ook prompt opgepakt door iedereen die zichzelf graag ziet als een geëmancipeerd, liberaal en zelfs een tikkeltje vrijzinnig wezen. Terug naar de betutteling en vertrutting riepen de VVD, D66 en ook GroenLinks in koor.

Zelf betrapte ik me ook op een licht gevoel van onbehagen. Het deed me denken aan die onuitstaanbare sergeant die me, een eeuwigheid geleden alweer, in militaire dienst toebeet: ,,Toe, joh! Je hoort er toch ook bij!’’ Nou, dat wenste ik vooral zelf uit te maken. Prima om ergens bij te horen, maar niet op gezag van zo’n brulaap. Een beetje zoals onze tekenaar Len het regeerakkoord donderdag treffend samenvatte en waarin we zien hoe een triomfantelijk baasje een verbouwereerd mannetje bij de kraag vat: ’Samen... ...amen’.

In de jaren zestig en zeventig hebben we de betutteling, de horigheid aan het regentendom resoluut van ons afgeschud. We zijn, zoals dat zo fraai heet, mondige burgers geworden, geëmancipeerde wezens die gezag alleen maar accepteren als het ons past. Die verworvenheid zou ik niet graag prijs willen geven voor welk kabinet dan ook. Maar dat is niet het hele verhaal. De nieuwe vrijheid resulteerde ook in ongebondenheid. Wel rechten, maar geen plichten. De geëmancipeerde burger ontpopte zich vooral als een calculerende burger met als hoogste ideaal: ieder voor zich en de overheid voor ons allemaal. Uiteindelijk leverde dat een schizofrene maatschappij op waarin (zo staat ook in het regeerakkoord) burgers tevreden zijn met zichzelf, maar ontevreden over alles wat buiten hun directe leefomgeving valt. Door die buitenwereld voelen zij zich bedreigd en daarom zijn ze bij al hun persoonlijke tevredenheid op zoek naar houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit.

CDA, PvdA en ChristenUnie stellen zich daarom ten doel sociale samenhang aan te brengen. Zij willen niet terug naar de jaren vijftig met hun opgelegde gezag en versteende verzuiling. Maar ze willen wél iets terugzien van het toen breed ervaren gevoel van lotsverbondenheid en onderlinge solidariteit. Zij willen ’een stevige basis van gedeelde waarden en normen, van respect en fatsoen’. Dat streven juich ik toe, zij het dat ik me bewust ben van het risico dat je daarmee groepen burgers buitensluit die die waarden niet of nauwelijks delen. Het wordt dan al gauw: wij tegen zij. Vandaar mijn vraag: is het een regeerakkoord van samen tegen de rest of een poging tot eerherstel van de solidariteit?

mailIcon print |