*

 

Ze springt wanhopig van de ene droge plek naar de andere, en het water stijgt aan alle kanten

Bert Keizer − 10/02/07, 00:00

Euthanasie bij dementie, kan dat? Ik heb altijd gezegd van niet. Euthanasie is hulp bij zelfdoding op verzoek, of doding op verzoek, door een arts aan een patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt.

Ik vond dat een dergelijke situatie zich per definitie nooit zou kunnen voordoen in het geval van dementie. Wie aanhoudend en overtuigend om de dood vraagt, die is niet dement.

Mijn standpunt werd bevestigd door een VPRO-documentaire over dit onderwerp. In beeld verscheen een gezellig praterige vrouw in een verpleeghuis. Zij vertoonde alle tekenen van dementie. Lichtelijk verward, zich niet bewust van de plek waar ze zich bevond, of de rol van de man met wie ze in gesprek was, maar haar grondtoon was welgemoed en open. In het verleden had ze een wilsverklaring opgesteld waarin ze om euthanasie vroeg mocht ze dementeren. Televisiemakers durven alles, dus legde de interviewer haar deze verklaring voor. Zonder enige aarzeling reageerde ze met een schouderophalen: „Ja, was het maar zo ver!”

Nu zou je willen roepen: maar mevrouw, het ís nu zo ver! Pak die kans!

Zo werkt het meestal niet. De zich langzaam uitbreidende hersenbeschadiging bij dementie heeft een geleidelijk functieverlies tot gevolg. Welke functie verloren gaat is afhankelijk van de plek waar de beschadiging begint. Meestal de hippocampus met als gevolg een verlies van kortetermijngeheugen. Maar het kan ook in de frontaalkwab beginnen met als gevolg de meest bizarre gedragsstoornissen. Of het kan zich door schade aan de bloedvaten op vele plekken tegelijk voordoen in de vorm van kleine infarctjes. Meestal lopen al deze mechanismen door elkaar en spreken we van ’gemengd type’.

De stelling dat euthanasie bij dementie onmogelijk is gaat er van uit dat de hersenschade die je bij dementie aantreft de wilsbekwaamheid van de patiënt als eerste heeft uitgeschakeld. Dat is onjuist. Wilsbekwaamheid, weten wat je wilt, valt niet eenduidig terug te voeren op het goed functioneren van aanwijsbare hersendelen. Dat blijkt ook in de praktijk.

Zo ben ik naar mijn inschatting geheel wilsbekwaam als het gaat om de vraag of ik wel of niet mee wil wandelen in Oostenrijk. Maar als ik moet kiezen tussen winterbanden met een TX-111-profiel en banden met een gesulfuriseerde tegenwervelingsas, dan ben ik geheel willoos. Dit soort keuzes valt meestal doenlijk te maken door betrouwbare voorlichting.

Wilsbekwaamheid kan afnemen. Zo zal ook iemand die dementeert nog heel lang weten of zij één of twee schepjes suiker wil, wel of niet naar André Hazes wil luisteren. Maar de vraag of ze nog geopereerd zou willen worden aan een gebroken heup? Hier kom je op een soort besluit waarvoor een zeker overzicht nodig is waarvan je moet toegeven dat dat gauw weg kan zijn in dementie.

Maar het komt dikwijls voor dat dementerenden in het beginstadium, ondanks een zeker overzichtsverlies, ondanks hun onvermogen nog een boek te lezen, of een film te volgen, of boodschappen af te rekenen, of de weg naar huis te vinden, heel wel in staat blijven om hun afgrijzen over al deze ontwikkelingen kenbaar te maken. Ook dat is, hoe gemeen, weer afhankelijk van wat er in de hersenen beschadigd is.

Om u een voorbeeld te geven: mevrouw M. is 78, reeds drie jaar bij ons en erg fit. Ze loopt de hele dag rond want ze was altijd dol op wandelen met haar honden. Haar man overleed plotseling. Vandaar de opname. Het ongeluk wil dat zij zijn dood niet heeft opgeslagen. Dus elke keer als haar enige neef op bezoek komt, vraagt ze naar haar man. En als ze hoort dat die is overleden begint haar verdriet opnieuw. Zij slaagt er niet in om in de tijd van deze catastrofe weg te reizen. Ze kan zich er nooit van af rouwen, zogezegd. Haar geestesoog zit te dicht op de grond. Ze kan niet ver genoeg meer om zich heen zien om die man achter zich te laten. Of om een doodswens te formuleren.

Daar staat mevrouw C. tegenover. Zij is tachtig, weduwe, woont alleen thuis en zag in het verleden haar moeder en haar zus al eens de dementie in sukkelen. Ze durft de deur niet meer uit, want ze vindt haar woning niet terug. Ze durft niet naar de supermarkt, want ze kan niet meer rekenen of een maaltijd plannen. Ze durft niet meer op te bellen of de telefoon aan te pakken omdat ze steeds te horen krijgt: „snap je dat niet – weet jij dat niet – kun jij dat niet – je zou toch hier zijn – ik ga toch met je mee morgen – maar dat was vorig jaar – ik heb je nog zo gezegd, dat ” enzovoort enzovoort.

„Ik wil hier uit”, zegt ze. Haar dagen zijn een wanhopig springen van de ene droge plek naar de andere, en het water stijgt aan alle kanten. Haar moeder en haar zus is ze heus niet vergeten.

Ook in haar beginnende dementie is zij nog in staat een doodswens aan te geven. En die is ze de volgende dag beslist niet vergeten.

mailIcon print |