*

 

Brassica oleracea

Sylvain Ephimenco − 10/02/07, 00:00

Laten we nou eens onze bedenkingen met een ruime boog over de haag smijten. Ja, laten we ongeacht wat we van deze nieuwe spruitjescoalitie verwachten of vrezen, de loftrompet over Jan Peter Balkenende steken. De man die in nog geen vijf jaar tijd de grachtengordel op de knieën heeft gekregen. De tijd om op zijn nieuwe beleid af te dingen komt toch nog wel. Maar alvorens verder te gaan, wil ik het even over spruitjes hebben. Deze koolsoort, ook wel Brassica oleracea of choux de Bruxelles geheten, werd voor het eerst in 1821 in de omgeving van Brussel geteeld alvorens Nederland, Frankrijk en Engeland te veroveren. Het is een kleine maar dappere wintergroente die temperaturen tot min 15 graden met gemak kan trotseren. Ten onrechte worden spruitjes en de lucht die ze bij langdurig koken uitwasemen, met bekrompenheid geassocieerd. In feite staan spruitjes – gelijk dijken, fietsen en klompen – symbool voor de stevige Nederlandse identiteit. Zelfhaters en cultuurrelativisten moeten niets van deze wintergroente hebben en dirigeren liever hun smaakpapillen in de richting van modieuze culinaire gerechten als couscous, quiche of paella. Daarom hebben ze de lieflijke minikooltjes tot een monstrueus cliché opgeblazen en als instrument van spot en leedvermaak geïnstitutionaliseerd. Ik geloof dat het GroenLinks was dat na het lezen van het regeerakkoord de spruitjes uit de voorraadkelder tevoorschijn heeft gehaald om het vermeende betuttelingsgehalte van Balk IV aan te geven. Dezelfde partij dus, die in 2003 een ’groetzone’ in de Rotterdamse Korenaardwarsstraat stichtte, waar bewoners en niets vermoedende passanten verplicht werden elkaar te groeten. Ik ben zelf dol op spruitjes en kan de lezer beter naar het interview verwijzen dat Wouter Bos gisteren aan de Volkskrant gaf. Op de vraag of de nieuwe coalitie naar spruitjeslucht geurt, antwoordde Bos: „Als je spruitjes wokt, kun je er een pittig gerecht van maken. Er is niks mis met spruitjes, als je ze een beetje modern klaarmaakt.” Precies, en ik voeg hier aan toe: laat ze licht aanbranden en eet ze nog krokant. Die dingetjes zijn niet alleen sappig en voedzaam, maar zo gewokt ruiken ze amper naar de beruchte lucht. Ik pleit er dan ook voor om deze wintergroente tot geuzennaam te verheven. In plaats van ’christelijk-rood’ is ’spruitjescoalitie’ beter, want ostentatief calvinistisch (niets mis mee) en lekker provocatief. En als het kan stel ik voor als reserve-motto voor de nieuwe spruitjesregering: ’Samen gewoon, samen gek genoeg’. Balkenende verdient alle lof omdat hij uit de kenmerken om welke hij de laatste jaren onbeperkt bespot en geminacht werd, zijn beste wapens heeft gesmeed. Provincialisme, Zeeuwse spruitjeslucht, kapsel en onthouding tot aan het huwelijk hebben zijn onbetwiste authenticiteit alleen maar versterkt. En nu heeft hij zich de luxe gepermitteerd om zijn gereformeerde maatje Bos zover te krijgen, dat ze de saamhorigheid uit de jaren vijftig als sokkel voor hun beleid gaan gebruiken. Hoor eens al die tandenknarsende publicisten voor hun bord tagliatelle met rivierkreeftjes janken en jammeren. Chapeau JP! En smakelijk eten bij de wok.

mailIcon print |