*

 

Turkse vrouw bikkelt harder

door Cilay ÿzdemir − 06/02/07, 00:00

In Turkije dringen vrouwen wél door tot hogere functies. Dat komt doordat Nederlandse vrouwen het te makkelijk hebben.

Turkije is een land van contrasten. Een meisje kan er vermoord worden omdat ze buiten het huwelijk seks heeft gehad. Maar het is ook een land waar een vrouw (Arzuhan Dogan Yalcindag) tot voorzitter van de machtige werkgeversvereniging TUSIAD (equivalent van VNO NCW) is gekozen.

Turkije laat Nederland zelfs ver achter zich als het gaat om het aantal vrouwelijke hoogleraren: Nederland bevindt zich met nog geen tien procent vrouwen in wetenschappelijke topposities in de Europese achterhoede; Turkije staat in de top drie met een percentage van 25,5. Zelfs in het Turkse bedrijfsleven is het aandeel vrouwelijke topmanagers hoger dan in Nederland.

De oorzaak van de onderontwikkelde positie van de Nederlandse vrouw in de hogere echelons van de arbeidsmarkt zoekt men in de ontoereikende kinderopvang. Dat zou ook verklaren waarom veel vrouwen in Nederland (in dat opzicht is Nederland Europees koploper) in deeltijd werken. Dit hindert hun doorstroming naar topbanen. Last but not least, vrouwen maken geen deel uit van het old boys network en dat zou hard nodig zijn om carrière te kunnen maken. Een vrouw is nou eenmaal geen boy.

Maar Turkse vrouwen stromen wel door naar topfuncties. Hebben zij betere kinderopvang? Hebben ze geen last van de traditionele netwerken van oude jongens? Het antwoord is nee.

De belemmeringen voor Turkse vrouwen op de arbeidsmarkt en de samenleving zijn gelijk aan of zelfs hoger dan die van Nederlandse vrouwen.

De verklaring ligt in het verschil tussen het gemak waarmee Nederlandse vrouwen een universitaire opleiding kunnen volgen en ook vrij gemakkelijk aan een baan kunnen komen. In Turkije heerst echter een keiharde concurrentie om niet alleen een plaats aan een universiteit te veroveren maar ook een arbeidsplaats. Zowel op de universiteit als op de arbeidsmarkt is het aanbod groter dan de vraag. Universiteiten kunnen, evenals de werkgevers, de beste kiezen. Iedereen moet dus keihard zijn best doen om zich te bewijzen.

Als een vrouw uiteindelijk haar universitaire diploma heeft en een baan vindt, laat ze het wel uit haar hoofd om genoegen te nemen met een deeltijdbaan in het lagere kader. Ze zal juist extra gemotiveerd zijn om te bewijzen dat ze de beste is. Maar ze zal het vooral uit haar hoofd laten om uit het arbeidsproces te stappen voor de opvoeding van haar kinderen. Immers, de (financiële) opofferingen moeten worden gecompenseerd door het bereiken van de top.

De Nederlandse vrouw daarentegen komt met minder opofferingen en strijd aan haar diploma’s en arbeidsplaats. Ze kent er daarom te weinig waarde aan toe.

mailIcon print |