*

 

PSV-collega’s luisteren als de aanvoerder spreekt

door Henk Hoijtink − 03/02/07, 00:00

Tijdens een onderbreking van zomaar een training vóór de topper tegen AZ nemen alle PSV’ers aan de rand van het veld een slokje, op één na. Phillip Cocu praat verderop met trainer Ronald Koeman.

Misschien nog nadrukkelijker dan in de stadions wordt de waarde van het ’type-Cocu’ tot uitdrukking gebracht op De Herdgang, het trainingscomplex van PSV. Als na het overleg tussen de coach en zijn aanvoerder het laatste deel van een partijspel is afgewerkt, gaat Cocu verscheidene medespelers langs. Eerst onderhoudt hij zich met aanvaller Koné. Dan richt hij zich, wijzend en adviserend, tot de jonge verdediger Da Costa. Middenvelder Mendez komt erbij staan en luistert aandachtig.

De indruk bestaat dat Cocu (36) na zijn terugkeer in Nederland dominanter is geworden dan hij, hoe goed ook, ooit bij Barcelona heeft kunnen zijn. Frank de Boer, zijn ex-ploegmaat in Catalonië en bij Oranje, zoekt de verklaring deels in de taal. ,,Bij Barcelona werd hij uiteraard ook gewaardeerd, maar in het Spaans kun je niet in alle facetten de juiste snaar raken.’’ Tot de Ivoriaan Koné kan Cocu zich inmiddels inderdaad in het Nederlands richten, tot de Franse Portugees Da Costa en de Ecuadoraan Mendez niet.

Dat zij desondanks aan zijn lippen hangen, is volgens De Boer en Cocu zelf ook toe te schrijven aan zijn veranderde status. ,,Hij is bij PSV ook enigszins in deze rol gedwongen’’, vindt De Boer. ,,Vanaf het moment dat hij terug was, keek iedereen naar hem.’’ Cocu roept in herinnering dat in zijn eerste fase bij Barcelona, eind jaren tachtig, de inheemse strateeg Guardiola er nog de dienst uitmaakte en de Braziliaan Rivaldo er nadrukkelijk aanwezig was. ,,Pas later kwam ik in de situatie dat ik, met Puyol vooral en nog even met Frank de Boer, de ploeg moest sturen.’’

Waarschijnlijk is het beeld van de Spaanse periode in Nederland niet compleet, denkt Jan van Halst. ,,In die tijd zagen we Barcelona nog niet zoals nu vrijwel wekelijks spelen’’, zegt de tv-analist. ,,Ik vond Cocu altijd een goede voetballer, zoals iedereen, totdat ik ’m een keer in het Amsterdam-toernooi met Barcelona zag spelen. Het was maar één helft, maar hij was zó dwingend. Hij had het hele elftal in handen. Hij bracht rust, hij bepaalde het tempo. Dat was erg indrukwekkend.’’

Zelf voelt Cocu zich toch vooral ongemakkelijk bij alle lof. Dat zijn naam bij de terugkeer van zijn bij Oranje immer gewaardeerde strijdmakker Davids op ieders lippen ligt, vindt hij ongepast. ,,Davids is zelf een fantastische voetballer met eigen, onvergelijkbare kwaliteiten.’’ Zo spreekt Cocu ook, nu nog, met respect over Frans Thijssen, de routinier die hém ooit bij Vitesse stuurde. Later speelde hij in Arnhem met John van den Brom en bij PSV werd hij beïnvloed door Wim Jonk en Jan Wouters. Als je dan je ogen en oren open houdt en je bent gericht op het team, dan kom je uiteindelijk bij zijn huidige rol uit, wil hij maar zeggen – en meer is het niet.

Maar zijn voetbalpensioen nadert nu toch. De vraag is na de 2-0 nederlaag van PSV vorige week bij Roda JC of er nog iets van spanning kan terugkeren in de competitie en of de uitdagers Cocu extra kunnen bestoken. ,,Of hij daarop een antwoord heeft is afhankelijk van zijn fysiek’’, zegt Van Halst. ,,Hij kon de tegenstander altijd slim uit elkaar trekken door naar de buitenkant uit te wijken, maar je loopt een keer tegen de grenzen van je fysiek aan. Maar mag het dan? Cocu heeft me al twee jaar hooglijk verbaasd.’’

mailIcon print |