De brede behoefte aan een zogenoemd type-Cocu illustreerde de achterliggende jaren toch vooral de stuurloosheid van het voetbal in Nederland. Dat lijkt te veranderen. ,,Een trainer moet, als een goede manager, kunnen delegeren.’’
Vanavond treedt PSV, aangevoerd door Phillip Cocu zelf, aan tegen AZ. Morgen staat Ajax met de teruggekeerde Edgar Davids tegenover Feyenoord, dat sinds kort weer kan beschikken over Alfred Schreuder. Alom lijkt de waarde weer te worden erkend van wat in het wielrennen de wegkapitein heet: de vaak gelouterde speler die door spelinzicht, strijdbaarheid of beide zijn ploeg de weg kan wijzen – óók door stadia van een wedstrijd te herkennen en daarnaar te handelen.
Massaal zochten trainers er sinds de terugkeer van de huidige PSV-aanvoerder in 2004 naar, en om beurten verzuchtten ze dat er maar weinig van zijn, van het ’type-Cocu’. ,,Het is niet eens het voetbaltechnische’’, zegt Jan van Halst, oud-ajacied, tv-analist en commercieel manager van FC Twente. ,,Anderen, zoals Stijn Schaars van AZ, zouden op termijn zo kunnen spelen als Cocu, met diepgang én controle. Maar daarnaast heb je het menselijke aspect: de wil en de zin om een ploeg nog te binden. Dat staat haaks op de maatschappelijke tendens: ieder voor zich, overleven.’’
Van Halst, een woesteling in zijn eerste jaren, werd vijf jaar geleden in zijn nadagen teruggehaald om het jonge Ajax bij de les te houden. ,,De clichés waren ook op mij van toepassing. Je krijgt kinderen en je gaat je realiseren dat niet iedereen zo is als die blinde Van Halst. Ik herken nu in Cocu dat hij een eenheid wil smeden. Daarvoor moet je je medespelers kennen en aanvoelen. Veel voetballers zijn praatjesmakers die hun onzekerheden verbergen. Het is mooi om daar doorheen te prikken.’’
Of Davids (nog) zo tot de jongeren kan én wil doordringen moet worden afgewacht. Bij Ajax zijn ze er al achter dat Jaap Stam, de dertiger die afgelopen zomer in Nederland terugkeerde, het verbale gezag van het ’type-Cocu’ mist. ,,Cocu kan ook buiten het veld een leider zijn’’, weet oud-international Frank de Boer. ,,Davids kan inmiddels in het veld mensen op hun plaats zetten, ook door zijn emotie en zijn lichamelijke uitstraling. De combinatie van Davids en Stam zou Ajax het effect van één Cocu kunnen brengen.’’
Plastisch geeft De Boer de waarde van sturende spelers aan. ,,Ze hoeven niet eerst naar de trainer te kijken om in te grijpen.’’ Daar staat tegenover dat ze de vrijheid van hun coach moeten krijgen. Zo slim en inschikkelijk om iets van het gezag te delen was Hiddink bij PSV, en is Ronald Koeman er nu. Graag had De Boer vorig seizoen zelf nog een docerende rol bij Ajax gespeeld. Maar de toenmalige trainer Danny Blind twijfelde of hij het, na één jaar in Katar, fysiek nog aankon. De Boer: ,,Ik heb, soms tussen de regels door, gemerkt dat hij daar achteraf spijt van heeft. Danny was een beginnende trainer. Hij miste daarin misschien de slimheid van Hiddink.’’
Co Adriaanse (ex-Ajax en -AZ) erkende dat mogelijk eigen initiatief van spelers óók wordt ingedamd door trainers, die veel voorkauwen omdat ze alles in de hand willen hebben. De voornaamste exponent van dat genre is Louis van Gaal, al dan niet toevallig trainer van de enige ploeg in de nationale top zonder invloedrijke routinier, AZ.
,,Als Adriaanse bij Ajax drie vingers in de lucht stak moesten ze forechecken’’, weet Van Halst nog. ,,En als hij één vinger opstak moesten ze terugzakken. Maar het is waar: een trainer moet, als een goede manager, kunnen delegeren. Daarmee geef je verantwoordelijkheid aan spelers, en daardoor krijg je draagvlak.’’
Uit eigen ervaring kan Jan van Halst een mooi voorbeeld aandragen. ,,Hans Meyer, de Oost-Duitse trainer. Het prototype, zou je clichématig zeggen, voor opgelegde regels. Maar hij zorgde er bij FC Twente in eerste instantie voor dat we fysiek optimaal waren. Er waren wat grove tactische lijnen en voor de rest liet hij het aan de ouderen, aan Hoogma, Bosvelt, Bosman en mij, om het in het veld in de gaten te houden.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.