*

 

Autopsie

Wim Boevink − 09/01/07, 00:00

Een nieuw jaar en ik ben nu al een stuk gevoelsarmer dan in 2006. Twee recente ervaringen droegen daaraan bij. De eerste was het zien van een tv-uitzending van Talpa, waar in de media nauwelijks aandacht aan is besteed, maar die in zijn droevige soort toch een grens overschreed.

Een hele zaterdagavond lang ’Anatomie voor beginners’ – een project van het Britse Channel Four en de Duitse ’lijkenkunstenaar’ Gunther von Hagens. Sectie op echte lichamen, snijmodellen, direct in uw huiskamer. Niet dat ik de hele avond keek, maar ik zapte er af en toe langs, gedreven door een fascinatie voor het morbide. Zo waren de snijmodellen, hangend aan kabels of gewoon op tafel, allen voorzien van een masker, natuurlijk om hun privacy te beschermen, maar ook om ons te vrijwaren van gevoelens van schaamte of identificatie. Men kon dr. Frankenstein dus laten begaan, terwijl hij rommelig en onbehouwen hakte, sneed en zaagde in de geprepareerde lichamen met hun opengeklapte huidflappen. Er zat, naast zo’n tweehonderdduizend kijkers thuis, een live audience omheen, van vooral anatomie-studenten die met ernstige en soms vieze gezichten toekeken hoe de man met de blauwe operatie-overall, de gele rubberen handschoenen en de artistiek bedoelde breedgerande hoed zijn slagerswerk verrichtte. Zo sneed hij op een salami-snijmachine een stel hersens in plakken, knipte een dijbeenspier open en ik zal u een beschrijving van wat hij met penis en scrotum deed besparen, want ik kon het zelf ook niet meer aanzien. Ik wil hier ook geen grote woorden bezigen als ’ontheiliging’ of ’lijkenschennis’, maar opmerken dat producties als deze passen in een cultuur van toenemende platheid: smakeloos vermaak, onder het mom van voorlichting opgediend door een onsmakelijke artiest. Die voorlichting is voor een breed publiek ook volkomen onzinnig: het geheim van het leven wordt niet ontsluierd door een zaadbal te doorklieven. Het stompt je af.

Voorlichting kwam er wel van een andere vertoning, die aan mijn groeiende gevoelsarmoede bijdroeg. Ik keek, in een met zeven mensen gevulde bioscoopzaal, naar ’Our daily bread’, een documentaire over de mechanische monotonie van onze geïndustrialiseerde voedselproductie. Een film zonder commentaar, zonder voice-over. We horen alleen het gebrom van dieselmotoren op een aardappelveld, het gesis van sproeiers met bestrijdingsmiddelen in een tomatenkas, het zoemen van klimaatregelaars in een legbatterij, het kletteren van kettingen in een abattoir. Ik zou nu alleen nog maar vegetariĆ«r kunnen worden, of desnoods naar de groene slager moeten gaan, maar ik voelde na afloop toch vooral het machinale en mechanische van alles, van heel het leven, van het snorren van de projector tot het groeten van een vage kennis. En hoe dat bewegingsapparaat van spieren en gewrichten dat ik bewoon mij in de avond voorstuwde op de fiets. Thuis wachtte het warme preparaat met zachte weefsels dat ik mijn vrouw noem.

mailIcon print |