Op het Nederlands kampioenschap sprint van afgelopen weekend (schaatsen natuurlijk) hoorde ik commentator Frank Snoeks tijdens een onaanzienlijk ritje van Neerlands bekendste broer Freddy Wennemars zeggen dat hij hoopte dat het jong tenminste zijn theatraliteit zou behouden. Die opmerking stemde mij tot nadenken. Waarom moet een sporter in vredesnaam theatraal zijn? Hebben we daar geen toneelspelers voor? Het is geloof ik de sportziekte van onze tijd, dat het publiek buitenissige sporters verwacht, bomvol emoties, gebaren en andere aanschouwelijkheden.
Marianne Timmer gleed in de laatste twintig meter van haar afsluitende race uit en kwam op haar bips over de finish. Ze was, oordeelde het journalistiek gezag, helemaal op, de benzine was op, ze had alles gegeven, in een uiterste krachtsinspanning... en hoe moest het nu straks op het EK sprint, zou dit voorval niet almaar door haar hoofd gaan spoken, zou het nog wel goedkomen? Toen ik de glijdster vervolgens zelf aan het woord hoorde was het een en al nuchterheid, ze was uitgegleden ja, gewoon wat te wild bewogen, gelukkig had het niks uitgemaakt.
Het is geloof ik de geest van Theo Koomen zaliger nagedachtenis die over de sportvelden rondwaart, langs de lijnen wel te verstaan: als er niks gebeurt moet je zorgen dat er wat gebeurt! Nuchterheid en zwijgzaamheid, die goede eigenschappen van vroegere sporthelden als Piet Kleine of Joop Zoetemelk, doen het tegenwoordig niet meer, de atleten worden op de pijnbank van de journalistiek gelegd en onderzocht tot het laatste druppeltje emotie uit ze is geperst.
Frank Snoeks, Jan Mulder, Hugo Borst, ze kunnen het allemaal niet hebben dat sport gewoon ook een ding van alle dag is, met vallen en opstaan. Molenwiekend en schreeuwend zien ze erop toe dat de gevoelens tot het uiterste opgepompt worden, is het niet bij de sporters zelf dan wel bij de supporters. Voor heel wat mensen is sport inmiddels het belangrijkste op aarde, zonder voetbal bijvoorbeeld zouden ze wegkwijnen. Is dat niet gewoon een vorm van hysterie? Of van gebrek aan levensrichting?
Vroeger lazen mensen een boek uit de Wereldbibliotheek, tegenwoordig zitten ze beschilderd in een schaatshal. Sic transit gloria mundi. Of vindt u dat nou een theatrale opmerking?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.