Ooit was Oostvoorne een badplaats en lag het aan zee. Vraag het maar aan de Rotterdammers die zich meteen herinneren hoe ze per tram vanaf Zuid naar de kust trokken, picknickmand en schepje mee. Want dat ’ooit’ is nog maar kort verleden tijd. De tram reed tot 1964 naar het strand en de sterke verhalen over hoe men dan onder het zand stoof, zijn legio.
Nu klotst en beukt de zee vele honderden meters westelijker van Oostvoorne tegen de zeereep aan. De kustlijn is zo’n enorm eind opgeschoven door de aanleg van de Maasvlakte en van de Brielse-Gatdam. Het duingebied is in de luwte terechtgekomen, de invloed van de zee is letterlijk en figuurlijk ingedamd. De zandheuvels werden beplant met dennen en helm, waardoor de wandelaar beschutting kreeg tegen de wind. Omdat de konijnen ondertussen door ziekte verdwenen en er geen vee meer mocht grazen vanwege het gevaar van duindoorbraken, kregen elzen, eiken en esdoorns vrij spel. De duinen werden steeds meer bossen. En de eigen flora en fauna maakte steeds meer plaats voor heel andere planten en dieren, zoals populieren en witte abelen.
Op een winderige winterdag zal het de wandelaar in de Duinen van Voorne eerlijk gezegd even worst zijn dat het gebied zo veel last heeft van die ’verbossing’. Die dennen en eiken houden de zeewind lekker tegen en zorgen voor een heel gevarieerd landschap. De strijd tegen het bos is trouwens niet alleen van deze tijd: overal steken afgehouwen boomstronken de kop op (’knorren’ worden die genoemd), wat erop duidt dat men al veel langer probeert het duinlandschap open te houden. Grasmaaien, hakken en zagen, sjofelen en grote grazers inzetten - het vergt een grote inzet om duinen te onderhouden.
Dat besef je niet, als je de Aalscholverroute van het Zuid-Hollands Landschap volgt. In het bezoekerscentrum Tenellaplas, nog blinkend nieuw in een wonderschoon gebouw, wordt je aandacht getrokken door maquettes, panelen en andere vormen van informatie over de natuur op Voorne. Maar het uitzicht door de glazen wand op de Tenellaplas is zo adembenemend dat je als het ware naar buiten gezogen wordt: de paden op, de duinen in. Het duinmeertje is genoemd naar de Anagallis tenella, het mede door Philip Freriks en zijn Groot Dictee populair geworden teer guichelheil, een van de liefste plantjes uit de natuur en pionier in het ’nieuwe’ landschap. Het meertje is gegraven in 1949 in het kader van een natuurherstelproject. In het water dobberen tientallen ganzen, eenden en andere drijfsijzen, in de heemtuin worden schoonheden beschermd als teer guichelheil - ’de naam van de roze droom’, zoals Hans Krüse het in zijn gedicht ’Tenella’ noemt:
’fraai vaak zodevormend kaal
bloemkroon rozerood klokvormig
opengaand in de zon
stengel teer draadvormig kruipend
aan de knopen wortelend’.
De Aalscholverroute voert langs plekjes met intrigerende namen. Eerst over landgoed Strypemonde, een verwijzing naar de kreek de Strype die hier vroeger in zee uitmondde. In de loop van de 19de eeuw slibde het gat in de duinenrij dicht en werden er bomen geplant. Het decor dat zo werd gevormd, trok menig welgestelde Rotterdammer de stad uit. Dan lopen we langs de Vogelwei en bekijken vogels vanuit een uitzichtpunt. Daar zijn de Duinen van Voorne trouwens rijk mee gezegend, met kijkhutten en observatiepunten. Zo staat bij het Brede Water een kijkscherm van roestige ijzeren platen, waardoor je uitzicht hebt op het legioen aan eenden, dodaarsen en andere fuutjes. Op eilandjes in het midden van de waterplas zetelen aalscholvers. We krijgen ze niet te zien; misschien maken ze de Noordzee wel onveilig, op zoek naar voedsel.
Er was vóór de wandeling gewaarschuwd voor de kans op een vochtige route, en we moesten vooral laarzen aantrekken in het duingebied, maar alleen in de Eerste Zanderij is sprake van enige nattigheid. Het regenwater wil in de valleien maar moeilijk wegzakken vanwege de veen- en kleiachtige bodem. De orchideeën en andere bijzondere planten varen er wel bij.
Het Waterbos doet zijn naam eer aan en staat hier en daar blank, al hebben wandelaars er geen last van. Het is omstreeks 1900 aangelegd als hakhoutbos. Naderhand gaf Natuurmonumenten de natuur de vrije hand. Het zorgde hier en daar bijna voor een oerwoud van struweel.
We bereiken de bebouwing van Rockanje en dat is niet de bedoeling. Rigoureus de steven wenden en onze neus en oren achterna naar het strand. De duinen zijn hier breed, soms wel honderden meters. Je zou denken dat ze in eeuwen zijn opgebouwd, maar in werkelijkheid zijn de meeste rijen zandheuvels nog geen honderd jaar oud. De ingreep van de mens in de zee heeft gezorgd voor dat proces: de aanleg van de Nieuwe Waterweg in 1872, de bouw van de Haringvlietdam in 1970 en de komst van de Maasvlakte in 1974 heeft de stroming verlegd; Voorne kwam steeds meer in de luwte te liggen.
Met de wind in de rug lopen we langs de zee, een heerlijk tochie dat na een kilometer of 4 eindigt nabij de dam in het Brielse Gat. We steken de duinenrij door en volgen het A.J. Bootpad dat doorloopt naar de Tenellaplas. Onderweg zien we dat er nog steeds hard gewerkt wordt om het duin te behouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.