*

 

Soeharto-heimwee door crisis

Esther de Jong − 24/09/07, 00:00

Veel Indonesiërs hebben het zo slecht dat ze terugverlangen naar Soeharto, die in 1998 viel. Vandaag wordt het proces tegen hem hervat.

reportage

„We hadden veel minder zorgen onder Soeharto”, vertelt de 22-jarige Nani. Ze zit op haar hurken in een rijstveld, waar ze bezig is met het binnenhalen van de oogst. Dat doet ze een keer in de vier maanden, daar tussendoor oogst ze groenten. Daarmee verdient ze 40 eurocent per dag. Samen met haar man en hun tweejarige zoontje woont ze bij haar ouders, die vuilnis sorteren.

Nani staat niet alleen: ruim de helft van de 235 miljoen Indonesiërs moet rondkomen van minder dan anderhalve euro per dag. Dat maakt dat veel Indonesiërs terugverlangen naar Soeharto. Politiek was er misschien sprake van een dictatuur, de economie was tenminste stabiel.

„Ook onder Soeharto was het leven moeilijk, maar onvergelijkbaar met hoe het nu is”, legt Nani uit van onder de schaduw van haar traditionele bamboehoed. „Werk was makkelijker te krijgen, scholing en gezondheidszorg waren stukken goedkoper, rijst, olie om mee te koken en benzine werden gesubsidieerd.” De oudere landarbeiders knikken instemmend. Geen van hen durft iets te zeggen.

Ironisch genoeg is dat een overblijfsel uit de tijd die zij zo graag terug willen. De toon van Soeharto’s bewind werd gezet direct na zijn coup midden jaren zestig: ruim 500.000 links-denkenden werden omgebracht. Ook de strijd om een onafhankelijk Atjeh, Oost-Timor of Papoea werd hard neergeslagen.

Toch was zelfs het straffe bewind van de zelfbenoemde ’vader van ontwikkeling’ niet opgewassen tegen de economische crisis, die in 1997 genadeloos toesloeg in Azië. Er kwamen maandenlange protesten van demonstranten die droomden van een democratie zonder de corruptie en het nepotisme die het land 32 jaar lang hadden overheerst. Uiteindelijk liet Soeharto het land in 1998 achter met torenhoge schulden, grenzeloze corruptie en een machtig leger.

„Veel arme mensen beseffen niet dat de problemen waar de huidige president mee worstelt een erfenis zijn van Soeharto”, meent Dorry Herlambang, een van de vele studenten die in bloedig neergeslagen demonstraties opriep tot reformasi, hervorming van de Indonesische republiek. Nu is hij leraar architectuur op een universiteit in Jakarta. Herlambang realiseert zich dat niet alle problemen zijn opgelost en dat veel Indonesiërs in extreme armoede leven. Toch voelt hij zich niet schuldig. „Het medicijn is misschien bitter, maar uiteindelijk heelt het alle wonden.”

Indonesië is nog steeds herstellende van de diepe recessie die miljoenen mensen op straat heeft gezet. De huidige economische groei van rond de zes procent is onvoldoende om de officiële werkloosheid van tien procent te verminderen. Een kwart van de kinderen is ondervoed, op het platteland heeft minder dan de helft van de mensen toegang tot schoon water en maar 55 procent van de arme jongeren maakt zijn middelbare school af.

In het rijstveld mijmert Nani over een mogelijk tweede kindje. Maar ze weet niet zeker of ze het schoolgeld van een euro per maand voor een kind kan betalen, laat staan voor twee. Dat is eigenlijk haar enige wens, een goede opleiding voor haar zoontje. Ze voelt zich niet bevrijd door de reformasi, eigenlijk kan het haar niets schelen dat ze zich nu zonder gevaar kan uitspreken voor of tegen de huidige president. „Laat Soeharto maar terugkomen, als mijn leven maar makkelijker wordt. Mijn leven is nu zo zwaar, dat ik het niet eens kan beschrijven.”

mailIcon print |