*

 

Zelfdoding

Groningen Katja Schaap − 27/01/07, 00:00

De ingezonden brief van W. Thoomes, donderdag, over zelfdoding op hoogbejaarde leeftijd laat me niet onberoerd. Mijn moeder is nu 77. Na een verbitterd, eenzaam leven na mijn vaders dood - door zelfdoding - is zij nu aan het dementeren. Ze heeft de fases van boosheid en ergernis over het vergeten van woorden, van paniek omdat ze de wereld om haar heen niet meer begrijpt, vrijwel achter de rug. Ze leeft nu in een verzorgingstehuis waar ze goede, vriendelijke en behulpzame verzorging krijgt. Ze is doof, kan niet meer naar muziek luisteren en niet goed verstaan wat er tegen haar gezegd wordt. Ze kan niet meer lezen, terwijl haar boeken alles voor haar waren. Ze komt vaak nauwelijks verstaanbaar uit haar woorden. Maar vriendelijkheid, aandacht en humor begrijpt ze heel goed.

In dit verzorgingstehuis bloeit ze op. Ze herkent haar dochters met aanhang nog en straalt als we bij haar komen. Ze lacht veel en kan nog verstaanbaar zeggen: wat leuk dat we zo kunnen lachen. En als ze het allemaal even niet begrijpt, stelt ze een bewonderenswaardig vertrouwen in haar omgeving dat het allemaal wel goed komt.

Wanneer is in dit geval het moment om weloverwogen een besluit te nemen over levensbeƫindiging? Hoe kun je vooraf weten wat de kwellingen inhouden, maar ook dat er misschien nog zegeningen zijn? Waaraan meten we de waarde van een zinvol en voltooid of slechts nog nutteloos en afhankelijk leven af? De tijd die ik nu met mijn moeder meemaak is van onschatbare waarde. In vol bewustzijn dat het dementieproces nog verder zal gaan zeg ik: wat zou het verschrikkelijk zijn geweest voor ons allebei als mijn moeder aan het begin van haar dementie niet alleen had gezegd: was ik maar dood, maar het ook nog had gedaan.

mailIcon print |