*

 

Amsterdam mag verworvenheden van Unie van Utrecht niet aan laars lappen

Door: redactie − 26/01/07, 00:00

Deze week ondertekenden vertegenwoordigers van de zes grootste levensbeschouwelijke stromingen In Nederland (christendom, hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, islam en humanisme) in bijzijn van koningin Beatrix een gezamenlijke verklaring. Daarin spraken zij uit dat zij ’in vrijheid en in vrede met elkaar willen samenleven’. Tegelijk ook onderstreepten zij met terugwerkende kracht één van de grondslagen van deze natie: de persoonlijke vrijheid van godsdienst, zoals die ruim vier eeuwen geleden werd vastgelegd in de op 23 januari 1579 gesloten Unie van Utrecht.

Zoals de cruciale passage luidt: ,,....mits dat een yder particulier in sijn religie vrij sal moegen blijven ende dat men nyemant ter cause van de religie sal moegen achterhaelen ofte ondersoucken.’’ Het is in het licht van die zinssnede merkwaardig dat het bestuur van een moskee zich genoodzaakt zag een convenant met een gemeentelijke overheid te tekenen, waarin het belooft een liberale koers te varen. Het is zelfs ronduit beschamend dat Mohammed Sini van het Contactorgaan Moslims en Overheid er deze week fijntjes op wees dat Nederland met zo’n convenant de verworvenheden van de Unie van Utrecht aan de laars heeft gelapt.

Dat het toch is gebeurd is achteraf bezien niet onbegrijpelijk. Nederland leefde en leeft tot op zekere hoogte ook nu nog in de ban van het terrorisme. Onder die omstandigheden is het logisch dat de autoriteiten (en niet alleen zij) met argwaan kijken naar moskeeën als mogelijke broedplaatsen van al te radicale opvattingen. Onder die omstandigheden ook is de verleiding groot moslims alleen ter wille te zijn bij het bouwen van een moskee, als zij beloven zich verre te houden van radicalisme. In deze geest werd destijds het convenant ondertekend, dat de weg vrij moest maken voor de bouw van het Westermoskeecomplex in Amsterdam.

Als gezegd, begrijpelijk. Desondanks had een dergelijk convenant beter niet gesloten kunnen worden. Dat blijkt wel nu het moskeebestuur van koers is veranderd en zowel de plaatselijke overheid als het moskeebestuur met de handen in het haar zitten: hoe nu verder? Eigenlijk is het eenvoudig. Gewoon doen of het convenant niet bestaat. Een overheid moet er op toezien dat iedereen (en dus ook een moskeebestuur) zich aan de wet houdt en voor het overige dient zij de schijn te vermijden dat het verlenen van een vergunning gekoppeld is aan de aard en inhoud van de godsdienst.

mailIcon print |