*

 

Oliebollenpraat

Amstelveen Eric van Agtmaal − 02/01/07, 00:00

In zijn eindejaarsstuk onder de kop `Houvast zoeken in de gekte`, vrijdag in Trouw, schetst Hans Goslinga een gesimplificeerd en eenzijdig beeld van de wordingsgeschiedenis in het afgelopen decennium van het politieke `goed en kwaad` in Nederland. Nieuwe politici als Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk en Geert Wilders worden exclusief neergezet als boze tovenaarsleerlingen. Met Bolkestein als hun kwade bovenmeester. Daar tegenover bewierookt Goslinga Wim Kok, Ruud Lubbers en Bert de Vries als zorgdragers van vaderlandse rust en nuance.

Mijn perceptie is anders: Bolkestein heeft in de jaren negentig vooral gewezen op omvang en getalsmatige consequenties van de ongebreidelde toestroom van immigranten. Hij werd voor dit blijk van ratio en intelligentie verguisd door het multiculturele (subsidie)circus. En wat blijkt, vanwege de achterkamerpolitiek (Goslinga noemt dit consequent de binnenkamer), waarin iedere rationele discussie op dit punt werd gesmoord, worden inmiddels de vier grote steden in Nederland voor meer dan de helft bevolkt door in mensen van allochtone afkomst. Een demografische verschuiving binnen dertig jaar tijd en ook een unicum in Europa. Daar zwijgt Goslinga maar over.

mailIcon print |