*

 

Handbaldagen als vliegwiel

Fred Troost − 29/12/07, 00:00

Zou er ooit nog eens één sterk Zuid-Limburgs handbalteam komen, dat zowel in de competitie als in Europa een toonaangevende rol speelt?

Binnen een cirkel van grofweg tien kilometer spelen drie eredivisieteams: V en L, Sittardia en BFC - Geleen, Sittard en Beek. Nog niet eens zo heel lang geleden waren die clubs toonaangevend. Andere ploegen in de competitie reisden bezorgd naar het Limburgse af, bevreesd voor de onvermijdelijke oorwassing. Maar dat is verleden tijd: het handbal in de westelijke mijnstreek is in verval.

Tijdens de Limburgse Handbaldagen (LHD) is gisteren een stapje gezet naar herstel van suprematie van het handbal in de regio-Sittard. „We willen de handbaldagen als vliegwiel gebruiken voor de ontwikkeling in de westelijke mijnstreek”, vertelt Gabrie Rietbroek, voorzitter van de LHD. „Daarbij denken we aan een samenwerkingsverband. Er moet hier weer een topteam komen. Nu gaat het mis; de ploegen lopen leeg, talenten trekken weg, er is een zuigkracht vanuit België.”

Rietbroek, die een V en L-achtergrond heeft, heeft zich uit clubverband teruggetrokken om vanuit onafhankelijke positie op te kunnen treden. Ook LHD-vice-voorzitter Henk Smeets, die eerder het samengaan van Caesar en Blauw Wit te Beek tot BFC begeleidde, heeft zich een neutrale status aangemeten. Beiden willen ambitieus werken aan een topteam in de westelijke mijnstreek.

Smeets: „In gedachten zijn we al zover. We willen onze nek uitsteken. Nu moeten we nog de mensen dezelfde kant opkrijgen.” Hij constateert: „Het contrast is deze dagen zo groot. Het LHD-toernooi klinkt als een klok. Daar zie je wat handbal in Limburg betekent. Maar intussen sta je in de competitie onderaan.”

Onderlinge rivaliteit tussen de drie clubs is altijd een emotioneel probleem geweest als er over samengaan werd gepraat. Maar tijdens de LHD is de eensgezindheid er wel.

Nu heeft fusiegemeente Sittard-Geleen zich achter het plan geschaard om weer tophandbal in de regio te krijgen. De gemeente is voorbestemd sportstad te zijn in het overleg met Maastricht en Heerlen. „Limburg is de enige provincie zonder topsporthal”, vertelt Smeets. „Sittard wil nu een A-accommodatie. Dat past in onze plannen. Limburg is met 58 clubs nog steeds een handbalprovincie.”

Gisteren werden plannen gepresenteerd voor een haalbaarheidsonderzoek, want gezien de gevoeligheid willen de initiatiefnemers niet te hard van stapel lopen. Er moet een businessplan komen, de financiële voorwaarden moeten helder zijn, het onderwijs moet partner worden vanwege talentontwikkeling, de rol van het bedrijfsleven vergt inpassing. Als aanjagers en adviseurs zijn Joop Alberda en Frank van den Wall Bake aangetrokken.

Een fusie is niet aan de orde; de drie clubs moeten blijven bestaan, hun eigen jeugd opvangen en vooral een bloeiend bestaan leiden. Maar daarboven moet een topteam komen, waarmee Limburg weer pronken kan. „Er is talent, maar te weinig te beleven”, meent Rietbroek.

Hij speelde als coach met zijn team vorig jaar tegen Hasselt. „Daar stonden op de keeper na alleen maar Nederlanders in het veld. En de meesten waren nog Limburgers ook.”

Toen eergisteren het scenario opdoemde dat het Poolse Kielce op de Handbaldagen verstek zou laten gaan, was binnen drie uur een vervangend team gearrangeerd. Van de veertien spelers kwamen er acht uit de Belgische competitie. Die acht hebben allemaal Limburgse wortels, maar ze spelen er niet. Initia Hasselt en Neerpelt zijn hun clubs. „Dat doet pijn”, zegt Rietbroek.

Die clubs zijn ook twee van de vier Belgische deelnemers aan de Beneliga, de grensoverschrijdende competitie waaraan vier Belgische en vier Nederlandse clubs meedoen. Geen Limburgse. En weer zucht Rietbroek diep: „Pijnlijk”.

Dus moet dat gewenste topteam er nu maar eens komen. Smeets: „Als het dit keer niet lukt, moeten we handbal maar voor gezien houden.” Rietbroek vult aan: „Dan gaan we volleyballen.” Aan hun gezichten is te zien dat ze dat zelf niet geloven.

mailIcon print |