Benazir Bhutto heeft ervoor gewaakt dat voor haar geen opvolger klaarstaat. Haar partij durft niet hardop over een nieuwe leider te praten.
Pakistan zit zonder geloofwaardige leider. Zittend president Pervez Musharraf was al impopulair, de dood van Benazir Bhutto heeft zijn positie verder ondergraven. Hij is nu wel verlost van zijn grootste rivale, maar velen zien hem als schuldig aan Bhutto’s dood. Als hij niet zelf in het complot zat, dan heeft hij nagelaten haar de vereiste bescherming te geven, zo luidt een gangbare redenering.
Wat er ook op Bhutto’s kwaliteiten als politica viel af te dingen, zij genoot massale steun onder de bevolking. Vermoedelijk had Bhutto de voor 8 januari geplande verkiezingen gewonnen, en was zij premier geworden – voor de derde maal, en daarvoor was nog wel even een grondwetswijziging nodig geweest.
Haar directe rivaal in de oppositie, Nawaz Sharif, is wegens hangende rechtszaken uitgesloten van deelname aan de verkiezingen. Ook hij geniet populariteit, maar voor zover na te gaan minder dan Bhutto. Anders dan Bhutto mist hij het vertrouwen van de Verenigde Staten.
Bhutto was de onbetwiste leider van haar partij, de PPP. Haar positie dankte ze in de eerste plaats aan haar vader, partijoprichter, ex-premier en ex-president Ali Zulfikar Bhutto. Benazir volgde haar vader in 1979 op, toen deze werd opgehangen door de militaire dictator Zia ul-Haq.
Daarna heeft ze er alles aan gedaan om haar positie als partijleider te handhaven, zelfs in de jaren van haar ballingschap (van 1999 tot oktober dit jaar). Leiders die naar haar smaak te populair dreigden te worden, schoof ze in de coulissen. Haar streven naar macht verklaart waarom ze nooit iemand als opvolger naar voren heeft geschoven, hoewel ze vreesde voor haar leven, zoals ze in talloze interviews heeft gezegd.
Een opvolger in de Bhutto-dynastie ontbreekt. Benazirs kinderen zijn tieners. Haar zuster heeft geen belangstelling, twee broers stierven onder gewelddadige, nooit opgehelderde omstandigheden. Een deel van de familie verdenkt Benazir ervan dat ze als premier medeplichtig was aan de dood van haar broer Murtaza. Deze had aspiraties om zijn vader op te volgen, maar werd in 1996 doodgeschoten door de politie.
Benazirs man, Ali Asif Zardari, komt niet in aanmerking, al is hij in de PPP wel belangrijk. Bhutto heeft hem een sleutelrol gegeven in het beheer van de partijkas. Maar de man, die lijdt aan hartklachten en suikerziekte, mist iedere basis om het roer van haar over te nemen. Als minister onder Bhutto’s premierschap stond hij bekend als ’meneer tien procent’, om het smeergeld dat hij zou hebben opgestreken. Hij heeft zeven jaar vastgezeten op beschuldigingen variĆ«rend van moord tot corruptie, maar werd steeds in hoger beroep vrijgesproken.
Als mogelijke opvolger in de partij wordt Bhutto’s rechterhand genoemd, Makhdoom Amin Fahim. Maar hij mist ieder charisma. Een andere kandidaat is Aitziz Ahsan. Deze vooraanstaande advocaat heeft wel statuur, dankzij zijn leidende rol in de protesten tegen het ontslag van de kritische opperrechter Iftikhar Chaudry. Ahsan is een van de partijkopstukken die wegens te veel profiel in ongenade viel bij Bhutto.
Vooralsnog heeft de PPP het nog niet gewaagd in het openbaar te praten over een opvolger voor Benazir. Misschien is die kwestie wel irrelevant. Met de dood van de laatste telg van de Bhutto-dynastie zou ook de partij die Zulfikar Ali Bhutto in 1967 oprichtte, wel eens een zachte dood kunnen sterven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.