Het nieuwe kabinet wil eerherstel van het poldermodel, maar nog voordat de sociale partners aan tafel zitten is er bonje. Werkgeversvoorzitter Wientjes stelt de versoepeling van het ontslagrecht als voorwaarde voor een sociaal akkoord.
„Wientjes gooit de deur in het slot”, reageert CNV-voorzitter René Paas. „Het toont aan hoe verzuurd het klimaat rond het ontslagrecht is. Hiermee kom je geen stap verder.” Hij noemt de houding van de VNO-NCW-topman ’onhoffelijk’ jegens het nieuwe kabinet en ’paradoxaal’. „Het allerbelangrijkste in het regeerakkoord is dat deze coalitie weer de dialoog wil aangaan met de samenleving. Op dat moment zegt de werkgeversorganisatie: dat polderen hoeft niet voor ons als we onze zin niet krijgen.”
De versoepeling van het ontslagrecht is een heikel thema. Het regeerakkoord roert het slechts aan als een thema naast arbeidsmarktbeleid, scholing, WW en flexibilisering. Daarmee volgt het kabinet het advies van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR), die het ontslagrecht als sluitstuk in een reeks van maatregelen ziet.
Werkgevers en vakbeweging slaagden er eind vorig jaar niet in binnen de Sociaal-Economische Raad (Ser) een akkoord te bereiken. Paas vindt het moeilijk te begrijpen dat zijn tegenspeler bij de werkgeversorganisatie het onderwerp nu weer als breekpunt opwerpt. „Hij dankt zijn uitstekende reputatie juist aan het realiseren van akkoorden. Terwijl de politiek de polder herontdekt, dreigt hij alles kapot te maken.”
Volgens de voorzitter van de vakcentrale waren bonden en werkgevers al lang tot een akkoord gekomen als de werkgevers bereid waren geweest om meer terug te doen in ruil voor de versoepeling van het ontslagrecht. „Het moet gaan over ontslagpreventie. Dan hoef je niet het hele systeem te wijzigen.”
Paas vindt overigens dat de Nederlandse arbeidsmarkt helemaal niet zo inflexibel is. „Wat werkgevers mogen met tijdelijke krachten, grenst aan het ongelooflijke. Zo kunnen ze tijdelijke arbeidscontracten steeds weer verlengen en doen ze dat ook. Weliswaar is de maximale termijn drie jaar, maar via cao-afspraken wordt deze limiet opgerekt.” De CNV-voorman vindt dat de maximale termijn voor tijdelijk werk terug moet naar twee jaar. Ook wil hij een wettelijke opzegtermijn die net zo lang is als de proeftijd van de tijdelijke kracht. „Nu krijgen mensen soms pas op het laatste moment te horen dat hun contract niet wordt verlengd. Een opzegtermijn kan bevorderen dat mensen op tijd nieuw werk zoeken. Dat scheelt werkloosheid.”
Daarmee denkt Paas aan te sluiten bij de wens van het kabinet van een flexibeler arbeidsmarkt. Bij het CNV is overigens naar aanleiding van het regeerakkoord „stiekem de vlag uitgegaan”, zegt Paas. Veel van de punten waarvoor de vakcentrale al bij de verkiezingscampagnes heeft gelobbyd, zijn terug te vinden in het programma. Vooral de maatregelen rond de WAO juicht hij toe. „We hebben vorige week nog onze ideeën over de doorstartbanen ingebracht. Het zijn brugbanen geworden. Doel is om in de staart van de reïntegratie arbeidsongeschikten werkervaring te laten opdoen door werkgevers daarvoor te subsidiëren. Want dat is het grote breekpunt om aan de slag te komen.” Paas hoopt wel dat er meer dan de 10.000 brugbanen komen die het kabinet nu heeft voorzien.
Hij vindt het rechtvaardig dat 45-plussers in de WAO niet meer worden onderworpen aan de herkeuring volgens de strengere normen. „We weten met z'n allen dat deze mensen een heel kleine kans hebben op de arbeidsmarkt. Ik ga ervan uit dat ze voor de mensen boven de 45 jaar die al herkeurd zijn, een goede oplossing vinden.” Maar voor de jongere arbeidsongeschikten wil hij een stap verder gaan dan het kabinet. „Voor de enkele tienduizenden die geen baan vinden na het reïntegratietraject, heeft de overheid de plicht werk te scheppen”, stelt Paas.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.