Nederlandse militairen moeten zich steeds meer gedragen als ontwikkelingswerkers. Dat is een sprookje dat niet ontbloot is van gevaren.
Ontwikkelingswerkers stellen het doorgaans erg op prijs bezoek te krijgen van politici. Onlangs was Kathleen Ferrier, woordvoerster ontwikkelingssamenwerking van de CDA-kamerfractie op bezoek in Afghanistan. Zoals in haar opiniestuk in Trouw (vrijdag 2 februari) staat, was ze op bezoek bij de troepen. Tussen de regels door was te lezen dat ze niet met ontwikkelingswerkers heeft gepraat; althans niet naar hen heeft geluisterd. Ook niet met (gewone) Afghanen.
De politieke discussie over de militaire missie naar Afghanistan begint potsierlijke vormen aan te nemen. Kamerlid Ferrier concludeert dat nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking nodig zijn. Hierbij moeten volgens haar ’de traditionele schotten tussen de verschillende organisaties van ontwikkelingswerkers, militairen, bedrijfsleven, handelsorganisaties vervagen of zelfs helemaal verdwijnen’.
Vooropgesteld: er is op zichzelf niets tegen vernieuwing. Organisaties voor ontwikkelingssamenwerking zijn hard bezig het arsenaal aan kennis en ervaring uit te breiden. Dat is hard nodig. Er is ook niets tegen gesprekken met militairen, handelsmissies, en wat al niet. Maar dan wel op basis van gelijkheid. En op basis van feiten.
De feiten zijn dat militairen in Afghanistan niet willen luisteren naar die vage ontwikkelingswerkers. Ze weten, met de symbolische hand aan de trekker, dat de hoogste wijsheid uit de loop van een geweer komt. De feiten zijn dat de situatie in Kaboel (over Uruzgan kan ik niet oordelen, daar ben ik sinds 1977 niet meer geweest) de laatste paar jaar enorm is veranderd. Een paar jaar geleden kon ik op mijn fiets nog vrolijk door Kaboel karren. Dat kan niet meer. Levensgevaarlijk. De criminaliteit is toegenomen. De macht van de centrale overheid is, helaas, stukken minder geworden. Men vertrouwt ’het gezag’ niet meer. Waarom niet? Omdat het besef is doorgedrongen dat de Afghaanse president Karzai en de zijnen voornamelijk door Amerikaanse hulp in het zadel worden gehouden.
Laten we nu eens hopen dat ’wij Nederlanders’ wel veel goeds doen in Uruzgan. Ik heb grote twijfels, maar goed. Wat vinden de Afghanen zelf? Zijn ze het ermee eens? Ik kan dat niet geloven. Vergis ik me niet, dan worden alle Provincial Reconstruction Teams op één hoop gesmeten met de Amerikanen. En of we het leuk vinden of niet: die teams worden niet meer op prijs gesteld in Afghanistan. Dus worden ’onze jongens en meisjes’ in uniform ook niet gewaardeerd.
De gewone man (en vrouw) in de Afghaanse straat ziet iets wat Nederlandse politici is ontgaan, namelijk dat militairen geen ontwikkelingswerkers zijn. Ze gedragen zich niet zo, ze praten niet zo, ze luisteren zeker niet zo, ze zien er in hun militaire kleding en met hun zichtbare wapens ook niet uit als ontwikkelingswerkers. Kortom: het is een sprookje in hun weldaden voor Afghanistan te geloven.
Militairen kunnen geen scholen, ziekenhuizen en bruggen bouwen. Het is niet te hopen dat er Nederlandse militairen sneuvelen in Afghanistan. Krokodillentranen met tuiten zullen we dan huilen.
Ontwikkelingswerkers zullen gehinderd worden, meer nog dan nu, in het uitoefenen van hun beroep. En de Afghanen? Ach, daar wordt nu toch ook al voor hen, over hen maar zonder hen beslist.
Nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking? Ja graag. En daarbij mogen we de discussie niet belasten met taboes. Maar laten politici zich bij de feiten houden. Politici mogen het woord voeren in de Tweede Kamer.
Het kan niet vaak genoeg gezegd worden: ontwikkelingswerk is een vak. Een machtig boeiend, maar tegelijk ontzettend moeilijk beroep. Dat moet je niet overlaten aan, laten we aannemen, goedwillende soldaten. Die kunnen dat niet. Dat is geen schande. Schande is het als de politieke leiders van dit land hen opdracht geven dingen te doen waarvoor ze niet opgeleid zijn, die ze niet goed kunnen, en die anderen veel beter kunnen.
Het artikel van Kathleen Ferrier is na te lezen op www.trouw.nl/discussie
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.