*

 

Heerlijk overtreden

Rob Schouten − 07/02/07, 00:00

In ieder van ons schuilt wel een kunstenaar die het niet kan laten om van een gezicht met een blinkend wit gebit een fietsenrek te maken en een paar tanden zwart te kalken, of een mooie vrouw op een billboard van een onflatteus brilletje te voorzien. Het is dezelfde impuls die namen in oeroude stenen krast of ‘R.S. was here’ op een parkbankje. Mooi of nuttig kun je het allemaal niet noemen, maar het maakt in zekere zin deel uit van de natuur. En ook deze natuur kent z’n uitwassen; zo is het spuiten van graffiti op een fabrieksmuur of een treinwagon een megalomane vorm van tanden inkleuren in je schoolagenda. Je hoort wel dat gezagdragers deze uitingsvorm willen terugdringen door haar tot bepaalde, daartoe aangewezen en veroordeelde plaatsen te beperken, maar daarmee haal je natuurlijk wel de angel uit de bezigheid en bevordert het tot kunst of in elk geval tot geleide therapie. Het moet niet mogen, je moet het gevoel hebben dat je iets bederft, anders is er niet veel meer aan. Of zo’n milde vorm van vandalisme ook sterkere, vernielzuchtiger kantjes in ons kanaliseert weet ik niet helemaal zeker, allicht dat geweldspsychologen daar antwoord op hebben. In elk geval is de mens graag een beetje in overtreding. Ik herinner me een vakantie in het verre Patagonië, waar wij tijdens een wandeling in een verlaten bos opeens op een soort staketsel stuitten dat daar de grens tussen Argentinië en Chili markeerde en waarop stond ‘Limito Internacional, no pasar, no trespassing’. Behalve wij was er geen sterveling in de omtrek te bekennen en dan is het bijna onmenselijk om niet aan de verleiding toe te geven. Wij althans boden geen enkele weerstand. Zonder documenten en visum overschreden we prompt de verboden grens. En omdat achter die grens geen douanier zat die opeens boe-roepend van achter een boom sprong om ons te arresteren, liepen we zelfs nog een heel eind onwettig Chili in. Het lukte gewoon niet om bij de grens stil te houden: de verlokking was te groot. Het was zoals het bordje met art. 461 b, verboden toegang: een uitnodiging tot overtreding. Er zijn ook overtredingen die geen enkel gevoel van heroïek of provocatie teweegbrengen. Het fietsen zonder licht bijvoorbeeld. Toen ik nog een jochie was bevestigden ik en mijn vriendjes met wasknijpers stukjes schuurpapier aan onze fiets die bij het ronddraaien tegen de velgen kwamen en een klepperend geluid maakten dat wij met de veel hogere en onbereikbaarder bromfietsen associeerden. Maar ik ken geen mensen die het fietsen zonder licht associëren met bijvoorbeeld spannende illegaliteit in oorlogstijd of het vervoeren van contrabanden. Zonder licht fiets je omdat je geen licht hebt, omdat je te lui bent geweest om het te laten repareren, niet om de overtreder uit te hangen. Daarom is de bekeuring die je er voor krijgt ook zonder enige heldenglans. Daar moet de overtuigde overtreder het niet van hebben. Door een rood stoplicht fietsen daarentegen tekent de aankomende heros. Ik deed het onlangs en werd prompt beboet door een op de loer liggende agent. Waarom deed u dat? vroeg hij. Vanwege de heroïek, zei ik. En ik zag dat hij me begreep.

mailIcon print |