Een ontmoeting met je biologische ouder(s): wat voor effect heeft dat op degene die ooit voor adoptie werd afgestaan?
Die vraag is niet simpel te beantwoorden, zegt Martien Miedema, woordvoerster van kinderwelzijnsorganisatie Wereldkinderen. „Het is heel gecompliceerd, je kunt niet zeggen: het is grosso modo goed of slecht. Het hangt heel erg af van de situatie. Voor sommigen kan het louterend werken, voor anderen is het heel ontwrichtend. Het kan vergaande consequenties hebben, die mensen nauwelijks kunnen overzien. Hoe het ook uitpakt: het is altijd een heel belangrijk moment. Het leven is daarna niet meer hetzelfde.”
Anny Havermans, bij de Stichting Adoptievoorzieningen verantwoordelijk voor nazorg, beaamt dat: „Sommige mensen zijn heel blij, die voelen onmiddellijk een band en hebben het idee: ik krijg er een familie bij.” Die klik is er echter niet altijd. „Dan blijft het bij die ene ontmoeting.” Wat niet automatisch inhoudt dat degene die op zoek is gegaan naar zijn biologische ouder(s), teleurgesteld is of spijt heeft van zijn of haar zoektocht. „Het gebeurt ook dat mensen zeggen: ik weet nu waar ik vandaan kom, ik weet waarom ik ben afgestaan. De puzzel is compleet, nu kan ik verder.”
Waar het antwoord op de vraag naar het waarom van de adoptie sommigen rust geeft, kan het anderen echter in een ernstige crisis brengen, zegt Miedema. „Adoptie-kinderen hebben, vooral als ze jonger zijn, vaak allerlei fantasieën over hun biologische ouders. De confrontatie met de werkelijkheid kan dan heel hard zijn.”
Havermans schat dat zo’n 20 procent van de geadopteerden uiteindelijk op zoek gaat, sommigen aan het eind van de puberteit, anderen als ze zelf kinderen krijgen, maar soms ook later. Ze wordt daarover regelmatig gebeld door (jong)volwassenen die zelf zijn geadopteerd, maar ook door adoptieouders. „Die merken dan dat hun kind met veel vragen over zijn herkomst zit en willen weten hoe ze daar het beste mee om kunnen gaan.”
Stilstaan bij het waarom van de zoektocht is een eerste vereiste, daarover zijn beide vrouwen het eens. „Moet het het eind van iets zijn, een afsluiting, de oplossing van een probleem? Of wil je graag dat het het begin wordt van iets, nadere contacten, intensieve betrokkenheid. Dat is niet altijd te voorzien, maar je moet er wel goed over nadenken”, aldus Havermans. Miedema: „Het is een belangrijke stap, die goed moet worden begeleid.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.