Het terugvinden van biologische ouders door Chinese vondelingen is uitzonderlijk. De ouders wissen alle sporen uit om hoge boetes te ontlopen.
De Chinese geboortepolitiek werd bedacht in de jaren zeventig, als middel om een ’optimale bevolkingsgrootte’ te creëren voor economische groei.
China was nog meer dan nu een land van boeren, die kinderen zagen als broodnodige hulp op het land en als oudedagsvoorziening. Dat moest veranderen, om de groei niet volledig op te laten souperen door alle nieuwe kinderen, vonden de theoretici in Peking.
Ook in het Westen woedde op dat moment de discussie over de overbevolking – het rapport ’Grenzen aan de Groei’ van de Club van Rome was net uit. De Chinese economie was bovendien een ravage door de Culturele Revolutie, die het land van zijn elite had beroofd. Radicale maatregelen waren nodig om China welvaart te brengen, vond Peking.
Statistici berekenden de optimale gezinsgrootte (1,3-1,6 kind per stel) en rondden dat voor de uitvoerbaarheid af naar beneden: één kind per gezin. Daar komt de term éénkindpolitiek vandaan, hoewel al vanaf het begin uitzonderingen golden, zeker op het platteland. Als het eerste kind gehandicapt was of een meisje, mochten ouders nog een poging wagen (zie kader).
De Chinese communistische dictatuur was bovendien in staat zo’n éénkindpolitiek daadwerkelijk uit te voeren – iets wat in het Westen nooit had gekund. Peking bepaalde voor iedere provincie, district, stad, wijk en woonblok hoeveel kinderen er geboren mochten worden, en stelde ambtenaren persoonlijk aansprakelijk als hun gebied het quotum overschreed.
Vrouwen kregen controle van hun cyclus en driemaandelijkse testen om te kijken of ze zwanger waren. Vaak volgde gedwongen sterilisatie en verlies van baan of woning als bleek dat er zonder toestemming een kind op komst was. Ook moest een enorme boete worden betaald – ter hoogte van een jaarsalaris of meer. Echtparen stonden daarnaast onder sociale druk om aan de regels te voldoen en het planningsbureau niet te schande te maken.
Het te vondeling leggen is, ook nu nog, één middel om dat te bereiken, maar zeker niet het enige. Zo zijn er veel verhalen van babymoord, maar kinderen worden ook geadopteerd door rijkere Chinezen die de boete kunnen betalen. Ook verblijven er kinderen illegaal in gezinnen. Een van de grootste geheimen in China is dan ook hoeveel niet-geregistreerde kinderen er rondlopen – en in hoeverre dus de claim van Peking klopt dat er door het beleid 400 miljoen kinderen minder zijn geboren. Misschien zijn ze er wel, maar zijn ze buiten de statistieken gebleven.
Ouders die ervoor kiezen om hun kind weg te leggen, doen dat vaak op plekken waar het kind zeker gevonden wordt en mogelijk een betere toekomst tegemoet gaat: voor politiebureaus en ziekenhuizen, op drukke kruisingen, voor de deur bij kinderloze paren. Maar zonder kenmerk dat de afkomst kan achterhalen. Een briefje met de geboortedatum, belangrijk in de Chinese cultuur, is meestal alles.
Dat valt te begrijpen. Niet alleen kan straf volgen voor het wegleggen van het kind – tot vijf jaar cel – maar ook een boete voor de illegale geboorte en mogelijk gedwongen sterilisatie. Bovendien is het een sociaal taboe, ook al hebben honderdduizenden, zo niet miljoenen Chinese echtparen, het moeten doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.